Vintage platenspeler met een vinylplaat uit de jaren 70 Vintage platenspeler met een vinylplaat uit de jaren 70

Jaren 70 muziek: de hits die de basis legden voor alles wat daarna kwam

Je herkent het binnen drie seconden, nog voor je weet welk nummer het is: die licht krakende kick-drum, de warme bas, de piano die net iets te ver links in het stereobeeld staat. Jaren 70 muziek heeft een textuur die je niet hoeft te benoemen om hem te voelen.

Maar hoe kon één decennium tegelijk de geboorteplaats zijn van singer-songwriters, soul, disco, glam rock, prog en punk? Het antwoord ligt in een periode die zich letterlijk in tien richtingen opsplitste, en daarmee de blauwdruk tekende voor alles wat daarna volgde.

De koude douche na Woodstock

1969 eindigde met een ideaal. Woodstock, halve miljoen mensen, liefde en modder en Hendrix op maandag ochtend. Maar 1970 begon anders. De Beatles vielen uit elkaar, Janis Joplin en Jim Morrison stierven, en de Vietnamoorlog sleepte voort. De roes was over.

Wat dat deed met de sound was opvallend direct. Muzikanten trokken zich terug van de grote stages en gingen kamers in met akoestische gitaren. De grootsheid van de late sixties maakte plaats voor iets persoonlijks, soms bijna gefluisterd. En precies in die stilte ontstond een van de krachtigste stromingen van het decennium.

Zachte stemmen met een onverwacht lange arm

Carole King bracht in 1971 Tapestry uit en het album bleef twee jaar in de Nederlandse hitparade hangen. James Taylor zong over rijden over een snelweg en het klonk alsof hij het speciaal voor jou deed. Cat Stevens schreef songs die volwassen genoeg waren voor je ouders maar ook raakten aan iets wat jijzelf net begon te begrijpen.

In de Hollandse huiskamer, met de platenspeler op het dressoir en de boxen die net iets te hard stonden voor de buren, sloegen deze platen anders in dan in Amerika. Er was iets in die ingetogen eerlijkheid dat hier aansprak. Nederland had geen eigen tradities in dit genre, dus importeerde het ze volledig en maakte ze tot eigendom. You’ve Got a Friend van King was in 1971 gewoon een nummer voor zondagmiddag, en dat is het voor veel mensen nog steeds.

Soul die uit zijn jasje groeide

Terwijl de singer-songwriters fluisterden, zette soul de volumeknop verder open. Motown had de jaren zestig gedomineerd met perfecte, gepolijste ploppop. Maar in de vroege jaren 70 begon iets te schuiven. De Philadelphia Sound van producenten Gamble en Huff bracht meer strijkers, meer ruimte, meer adem. En dan waren er Stevie Wonder en Earth, Wind and Fire.

Wonder maakte tussen 1972 en 1976 vijf albums die je eerlijk gezegd niet kunt uitleggen aan iemand die ze niet kent. InnervisionsSongs in the Key of Lifehet was soul die jazz, funk en popmuziek absorbeerde en er iets nieuws van terugspuugde. Earth, Wind and Fire voegde daar theatraliteit en bijna spirituele energie aan toe. Pure pop kon dit niet. Het had te veel laagjes, te veel intentie.

Het moment dat disco de straat op kwam

De geschiedenis van disco begon in kleine, donkere clubs in New York, waar het later uitgroeide tot de populaire dansgenre dat het werd. Niet voor het grote publiek, maar voor mensen die nergens anders welkom waren. Tussen 1974 en 1976 verliet het dat underground circuit in een tempo dat iedereen verraste, ook de muziekindustrie zelf.

Het was de productie die het deed. De vier-op-de-vloer bas-drum, de hi-hat op elke achtste noot, de strijkers die zweefden. Giorgio Moroder begreep vroeg wat anderen pas later zagen: dat dans en emotie geen tegenstelling hoefden te zijn. Donna Summer, Gloria Gaynor, de Bee Gees in hun nieuwe gedaante. Tegen 1977 was disco overal, ook in Nederland. En net zo snel als het aankwam, keerde de backlash.

Glam, prog en punk: het bewijs dat de jaren 70 nooit één ding was

Terwijl disco de dansvloer veroverde, schopte David Bowie zijn eigen identiteit om de twee jaar om. Ziggy Stardust in 1972, de Thin White Duke in 1976. Bowie gebruikte jaren 70 muziek als kostuumkast en elke outfit klopte alsof hij hem altijd al gedragen had.

Yes en Genesis bouwden tegelijkertijd kathedralen van noten. Prog rock was alles wat popmuziek niet was: lang, complex, conceptueel. Het was muziek die zei dat je er serieus bij moest zitten. En dan, midden in al die bombast, arriveerde de Clash met twee akkoorden en een houding. Punk was niet alleen muzikaal een reactie op prog, het was een cultuuromslag. Drie minuten, geen solo’s, nu.

Al deze stromingen bestonden tegelijkertijd. Dat is wat het decennium zo merkwaardig maakt, en zo belangrijk.

De Nederlandse connectie

Nederland deed niet alleen mee als consument. Golden Earring bereikte met Radar Love in 1973 iets wat weinig Europese bands lukte: een echte doorbraak in Amerika. Het nummer klinkt nu nog op klassieke rockzenders over de hele wereld. Focus, met Thijs van Leer op fluit en hammondorgel, mengde jazz, klassiek en rock op een manier die internationaal opviel. En Teach-In won in 1975 het Eurovisiesongfestival met Ding-a-dongeen nummer dat je ofwel meteen vergeet ofwel nooit meer kwijtraakt.

Het laat zien dat de jaren 70 ook voor Nederlandse muzikanten geen uniforme periode was. Drie bands, drie totaal verschillende werelden.

Waarom het analoge geluid overleeft

Er is nog iets dat jaren 70 muziek onderscheidt, en dat zit in de productie zelf. Opnames werden gemaakt op analoge tape, met bands die live samen in een ruimte stonden. Kleine fouten bleven erin. De drummer die net iets te vroeg invalt. De pianist die een noot iets te lang aanhoudt. Die imperfectie was geen vergissing, maar een keuze.

Producers als Quincy Jones en Rick Rubin (in zijn vroege jaren) begrepen dat menselijke frictie de emotie droeg. Dat is waarom een nummer als What’s Going On van Marvin Gaye nog steeds klinkt alsof het net opgenomen is. Niet ondanks zijn leeftijd, maar door wat er in zit.

De nummers die het overleefden

Duizenden singles uit de jaren 70 zijn vergeten. Maar een handvol is permanent geworden. Hotel CaliforniaBohemian RhapsodySuperstitionStayin’ Alive. Ze overleven omdat ze een combinatie hebben van melodische haakjes, productiekwaliteit en een emotionele kern die niet veroudert.

De rest verdween niet omdat het slecht was, maar omdat het zijn moment diende en vertrok. Dat is eerlijk, eigenlijk. Niet elk nummer hoeft vijftig jaar mee.

De jaren 70 waren geen coherente periode met één geluid. Het was een explosie van tegenstrijdige impulsen die elkaar tegelijk voedden en bevochten. Geen R&B zonder Stevie Wonder. Geen house zonder disco. Geen Britpop zonder Bowie. De wortels zijn onzichtbaar, maar ze dragen alles wat erop gebouwd is.

Als je een nummer hoort dat je niet meteen kunt thuisbrengen, maar dat wel iets doet van binnen: de kans is groot dat je luistert naar jaren 70 muziek, of naar iets dat er zonder nooit had bestaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *