Oude vakantieboekjes voor kinderen uitgespreid op een tafel Oude vakantieboekjes voor kinderen uitgespreid op een tafel

De uitgeverijen achter het vakantieboekje: hoe Kosmos, Kluitman en de ANWB hun activiteitenboekjes voor kinderen maakten

Stel: je vindt in een doos op zolder een dun boekje met een ezelsoor en een half ingevulde woordzoeker. Op het omslag staat een jongetje met een verrekijker, en ergens onderaan lees je in kleine letters: Kosmos, Utrecht. Dat boekje was ooit een bewuste keuze van een uitgever, een redacteur en een illustrator. Wie die mensen waren en hoe zo’n vakantieboekje tot stand kwam, is een verhaal dat zelden verteld wordt.

De achterbank als afzetmarkt

In de naoorlogse decennia ontdekten meerdere Nederlandse uitgevers vrijwel tegelijkertijd hetzelfde gat in de markt. Gezinnen gingen massaal op vakantie auto’s werden betaalbaar voor de middenklasse en kinderen hadden op die lange ritten slecht niets te doen. Kosmos in Utrecht, Kluitman in Alkmaar en de ANWB in Den Haag reageerden elk op hun eigen manier op die vraag. Geen van hen deed het toevallig. Elk merk droeg zijn eigen geschiedenis mee in de keuze van papier, lettertype en opdrachtvorm.

Kosmos: de naturalistische lijn

Kosmos was van oudsher een uitgeverij van flora- en faunagidsen, wandelkaarten en populairwetenschappelijke werken. Dat zat diep in het DNA. Toen Kosmos vakantieboekjes ging maken, werden die dan ook vanzelf een beetje educatief van toon. Niet schools, maar wel doordacht. Een opdracht om bomenblad­vormen te vergelijken was voor Kosmos geen toegeving aan ouders die vonden dat vakantie ook nuttig moest zijn. Het was gewoon logisch, vanuit een catalogus die al tientallen jaren op herkenning van de natuur was gebouwd.

De illustraties pasten daarbij. Stippellijntekeningen van vogels, vlinders en paddestoelen die je ook in de gewone Kosmos-gidsen kon tegenkomen. Geen cartoonachtige overdrijving, maar rustige, herkenbare vormen. Ouders die als kind zelf al met een Kosmos-vogelgids hadden gelopen, herkenden de hand direct. Dat was precies de bedoeling.

De illustratoren achter het handwerk

Over de illustratoren van de vakantieboekjes is weinig gedocumenteerd. Ze werkten veelal in vaste contracten of als freelancers die jaar na jaar dezelfde opdrachten opnieuw interpreteerden. Bij Kosmos waren het vaak dezelfde tekenaars die ook voor de gidsen werkten. Hun stijl was herkenbaar aan het geduld in de arcering en de biologische nauwkeurigheid van de vormen. Een kikker op een zoekplaat was geen willekeurige kikker, maar een bruine kikker met correcte vlekken.

Die consistentie zorgde ervoor dat een vakantieboekje van Kosmos uit de jaren zeventig er bijna hetzelfde uitzag als eentje uit de jaren tachtig. Voor nostalgiefans is dat nu een zegen: je hoeft niet eens de datum te weten om de uitgever te herkennen.

Kluitman en de volksboekjestraditie

Kluitman werkte vanuit een heel andere traditie. De Alkmaarse uitgeverij had al decennialang goedkope jeugdboeken gemaakt, van sinterklaasverhalen tot strips en raadsels. Betaalbaarheid was een kernwaarde. De vakantieboekjes moesten bij de kassa van de boekhandel liggen voor een prijs die je niet hoefde te overdenken. Dat vertaalde zich in compacte formaten, dunner papier en een grappigere, luchtiger toon.

Waar Kosmos een kind liet natekenen of observeren, gaf Kluitman het een woordzoeker, een mop, een korte strip en een raadsel op dezelfde pagina. De mix was bijna rommelig te noemen, maar dat was ook de charme. Het voelde als een boekje dat niet van school kwam maar van de speelplaats.

Wat een Kluitman-bladzijde onderscheidde

Als je een Kluitman-pagina naast een Kosmos-pagina legt, zie je het verschil meteen. Kluitman gebruikte vet gedrukte kaders rond elk onderdeel, iets grotere en rondere lettertypes en illustraties die neigden naar het stripachtige. Figuren hadden grote ogen, overdreven gebaren en soms zelfs een tekstballon. Het moeilijkheidsniveau varieerde wild per pagina, waardoor jongere en oudere kinderen in dezelfde auto allebei iets konden vinden.

Die breedte was geen toeval. Kluitman wist dat het boekje op de achterbank gedeeld werd. Een uitgever die dat begrijpt, maakt andere keuzes dan een uitgever die schrijft voor één kind met een specifieke leeftijd.

De ANWB als buitenbeentje

De ANWB is eigenlijk een vreemde vogel in dit rijtje. Een ledenorganisatie die wegenbijstand regelt, heeft niets te zoeken in de uitgeverswereld. En toch. De ANWB had al vroeg een eigen tijdschrift, de Kampioen, en die had bijlagen. Kinderactiviteiten waren een logische stap voor een organisatie die het gezinsuitje centraal stelde.

Het gevolg was dat ANWB-vakantieboekjes altijd iets hadden van de autoreis zelf. Opdrachten over herkennen van verkeersborden, tellen van vrachtwagens per provincie of invullen van een reislogboek. Andere uitgevers maakten boekjes voor kinderen op vakantie. De ANWB maakte boekjes voor kinderen onderweg. Dat is een klein maar wezenlijk verschil in redactionele logica.

De redactrices in de coulissen

Weinig gedocumenteerd, maar minstens zo bepalend waren de vaste redactrices die jaar na jaar de formule bijstelden. Bij alle drie de uitgevers waren het vaak vrouwen die in deeltijd of op projectbasis werkten en die precies wisten op welke leeftijd een kind letters kan zoeken, op welke leeftijd mopjes grappig worden en wanneer de aandacht van een achterbankpassagier verslapt. Die kennis was niet opgeschreven in handleidingen. Het zat in het vakmanschap van het maken.

Dat maakt het vakantieboekje als product ook moeilijk te reproduceren. Je kunt de lay-out kopiëren en hetzelfde papiergewicht bestellen, maar de kalibratie van het moeilijkheidsniveau is iets wat jaren ervaring vergt. En die ervaring is met de generatie redactrices grotendeels verdwenen.

Drukwerk als spiegel van de tijdgeest

De overgang van zwart-wit naar kleur zegt veel over de economische positie van elke uitgever. Kosmos zette die stap relatief vroeg, omdat kleur paste bij het naturalistische karakter van de illustraties. Een rode distelvink in kleur is herkenbaar. In zwart-wit is hij gewoon een vogel. Kluitman wachtte langer, deels uit kostenoverwegingen, deels omdat de rommelige mix van zwart-wit-strips en woordzoekers prima zonder kleur werkte. De ANWB kon het zich door zijn ledenbestand relatief gemakkelijk veroorloven maar koos ook voor kleur pas echt toen het de standaard werd, niet eerder.

Verzamelaars weten inmiddels dat de drukgeschiedenis van een vakantieboekje je vertelt wanneer het gemaakt is. Papiersoort, inktgeur en kleurgebruik zijn betere dateerders dan het colofon.

Belgische parallellen

In Vlaanderen ontwikkelde Averbode een verwante maar aparte traditie, meer via tijdschriftformules dan via losse boekjes. Tijdschriften als Zonnestraal en later Zonneland bereikten kinderen het hele jaar door, waardoor de vakantie geen apart product vereiste. De kruisbestuiving met Nederland was beperkt. Een paar Vlaamse illustratoren doken op in Nederlandse boekjes, maar de redactionele formules bleven grotendeels gescheiden. De toon was ook anders: Vlaamse activiteitenbladen neigden naar een iets strakkere, schoolsere opzet, terwijl de Nederlandse vakantieboekjes bewust de losheid van de zomervakantie imiteerden.

Wat er verdween en wat bleef

De vakantieboekje uitgeverij vroeger was een wereld die stierf zonder veel ophef. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig begon de markt te slinken. Draagbare spelcomputers namen de achterbank over. Kluitman hield het langst vol met zijn prijsvriendelijke formule. Kosmos focuste steeds meer op andere titels. De ANWB stopte met zelfstandige kinderboekjes en integreerde activiteiten in andere kanalen.

Wat bleef, zijn de boekjes zelf. Op Marktplaats duiken ze regelmatig op, soms in stapels van tien, ongebruikt of net iets te veel gebladerrd. Nostalgici en verzamelaars documenteren ze inmiddels op blogs en in Facebookgroepen, compleet met scans van favoriete paginas. Niet uit academisch belang maar uit herkenning. Die stippelkikker op pagina veertien, die mop die je nu pas begrijpt, dat puzzeltje dat je toch niet afmaakte. Het kleine drukwerkje dat generaties rustig hield, verdient minstens dat.

Kosmos, Kluitman en de ANWB kozen elk hun eigen aanpak: de een stuurde op educatieve waarde, de ander op prijs, de derde op merkvertrouwen. Wat ze deelden was het inzicht dat een kind op de achterbank iets anders nodig heeft dan thuis. De redacteuren en illustrators die dat concreet maakten, zijn grotendeels anoniem gebleven. De boekjes zelf niet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *