Oude bordspeldozen op een houten tafel, met een paar pionnen en een dobbelsteen Oude bordspeldozen op een houten tafel, met een paar pionnen en een dobbelsteen

Mens-erger-je-niet, Levensweg en Mikado: hoe klassieke bordspellen het Nederlandse gezinsleven decennialang bepaalden

Je trekt de doos van Mens-erger-je-niet open en er mist een pion. Dat was vroeger ook al zo, en de cent die er destijds voor in de plaats ging ligt er nog steeds bij, alsof niemand ooit de moeite heeft genomen om dat op te lossen. Klassieke bordspellen hadden dat: ze waren nooit helemaal compleet, maar ze werden toch elk jaar weer tevoorschijn gehaald. Meestal op een regenachtige zondag, nadat het middageten lang genoeg geleden was om de tafel vrij te maken. In dit artikel kijken we terug op hoe Mens-erger-je-niet, Levensweg en Mikado decennialang een vaste plek hadden in het Nederlandse gezinsleven, en waarom die spellen zo’n sterke herinnering achterlaten.

De kast als tijdcapsule

In het Nederlandse huishouden had de spelkast een vaste plek. Niet in de woonkamer waar je hem moest verdedigen, maar ergens net buiten het zicht: onder de trap, in de bijkeuken, op de bovenste plank van de gangkast. Tussen de fotoalbums en de mappen met belastingaangiften. Het was geen toeval dat die dingen zo dicht bij elkaar stonden. Ze behoorden tot dezelfde categorie: dingen die je bewaarde omdat je ze niet weg kon gooien.

Klassieke bordspellen Nederland vroeger waren geen vrijetijdsproducten in de moderne zin van het woord. Ze waren meubilair. Ze stonden er omdat ze er altijd hadden gestaan, en dat was reden genoeg. De Mens-erger-je-niet-doos met de gerafeld linnen bovenflap. De Levensweg-doos waarvan de kleur was verschoten van blauw naar een vaag grijs. En Mikado in zijn smalle kartonnen buis, die altijd dreigde te scheuren als je de stokjes teruglegde.

Mens-erger-je-niet: vriendelijk verpakte sabotage

Niemand verloor gracieus bij Mens-erger-je-niet. Dat was ook niet de bedoeling. Het spel was gebouwd op één centrale handeling die niks te maken had met geluk of strategie: het terugsturen van de pion van een ander. En die handeling, hoe klein en spelletjesmatig ook, onthulde iets echts over wie er aan tafel zat.

Er was altijd iemand die er te lang over nadacht. Die met de dobbelsteen in zijn hand bleef zitten, even keek naar de pion van zijn jongere zus die bijna thuis was, en dan met een onmiskenbaar genoegen sloeg. Niet uit spellogica. Uit iets anders. En de jongere zus wist dat. En iedereen aan tafel wist dat. En toch zei niemand er wat van, want het was een spel.

Dat is precies waarom Mens-erger-je-niet zo’n goed sociaal laboratorium was. Het gaf ruimtes aan gevoelens die anders geen plek hadden. Jaloezie, rivaliteit, oud zeer van drie Kerstmissen geleden, dat ene commentaar dat nooit vergeten was: het kon allemaal via die ene dobbelsteen. En als het klaar was, legde je de pionnen terug en ging je thee drinken alsof er niets was gebeurd.

De vaste winnaar en de eeuwige verliezer

Elk gezin had ze. De vaste winnaar hoefde er niet eens moeite voor te doen, die had gewoon altijd geluk, of zo voelde het. En de eeuwige verliezer liet het er niet bij, ook al deed die dat wel. Bordspellen legden rollen vast die buiten het spel ook bestonden, en versterkten ze vervolgens. De oudste die altijd iets te zeggen had over hoe je de spelregels moest interpreteren. Het jongste kind dat te vroeg stootte en zijn pion kwijtraakte. De vader die halverwege opstond voor koffie en daarna geen zin meer had.

Die rollen waren niet onschuldig. Ze konden voor het leven blijven hangen. Niet als trauma, maar als herinnering: jij was degene die altijd verloor. Of jij was degene die altijd vals speelde, ook als dat helemaal niet zo was.

Levensweg: een spel van zijn tijd

Als Mens-erger-je-niet de familiedynamiek blootlegde, dan was Levensweg het gezin in spiegelvorm: je reed over een kronkelende weg langs school, huwelijk, kinderen, pensioen en uiteindelijk de finish. De Nederlandse versie was een nette weerspiegeling van naoorlogse burgeridealen. Trouwen hoorde erbij. Kinderen krijgen ook. Pensioen was een beloning, geen keuze.

Voor een kind van acht was dat prima. Maar voor een tiener eind jaren tachtig begon er iets te wringen. De vragen die het spel stelde, waren niet langer vanzelfsprekend. Wat als je niet wilde trouwen? Wat als je geen kinderen wilde? Het spel gaf je die opties gewoon niet. Je reed braaf over het kleurige speelbord en belandde altijd op hetzelfde einde.

Latere generaties voelden dat ongemak, al konden ze het als kind nog niet benoemen. Levensweg was een spel dat veel meer zei over de tijd waarin het was gemaakt dan over het leven zelf. En precies daardoor is het nu, jaren later, zo interessant om naar te kijken. Niet als speelgoed, maar als historisch document.

Mikado: stilte in een luidruchtig gezelschap

Dan was er Mikado. En Mikado was anders. Geen dobbelsteen, geen pionen, geen kaarten die je van een ander kon afpakken. Alleen een bundel dunne stokjes die je zo liet vallen dat ze in een chaotische hoop belandden, en daarna: concentratie. Absolute stilte. Als je bewoog, als je het verkeerde stokje aanraakte, was je af.

Dat schiep een andere sfeer aan tafel. Bij Mens-erger-je-niet werd er gepraat, gelachen, gemopperd. Bij Mikado hield iedereen zijn adem in. Het was een bijna meditatief moment in een verder rumoerige middag. En wie goed was in Mikado was niet per se de slimste of de sterkste, maar de geduldigste. Dat was voor veel kinderen een openbaring: dat je kon winnen door gewoon rustig te blijven.

De cent als pion

Terug naar die ontbrekende pion. Want dat verhaal verdient aandacht. In vrijwel elk Nederlands gezin was er een doos met een pion te weinig, een dobbelsteen met een afgebroken hoek of een kaart die zo vaag was geworden dat je hem moest raden. En niemand kocht een nieuw exemplaar. Je paste je aan.

Een cent, een knoopje, een kiezel van de oprit: die werden pionnen. En niemand vond dat gek. Het zei iets over hoe er met bezit werd omgegaan. Dingen werden gebruikt, gerepareerd, aangepast, en pas weggegooid als ze echt niet meer te redden waren. Een kapot spel kopen was overdaad. Een cent als pion gebruiken was gewoon verstandig.

Het spelregelboekje als erfstuk

Het merkwaardigste object in de spelkast was misschien wel het spelregelboekje. Vergeeld, gevouwen, met vlekken van iets wat ooit koffie was geweest. En compleet overbodig, want iedereen wist allang hoe het moest. Toch werd het bewaard. Toch lag het netjes opgerold in de doos.

Dat boekje weggooien voelde als iets verbreken. Niet het spel, maar de verbinding met de keer dat je het voor het eerst had leren spelen. Met wie er toen aan tafel zat. Met hoe de kamer rook, hoe laat het was, wat er buiten voor weer was.

De spelkast die openbleef staan

Ergens in de jaren negentig begon er iets te veranderen. De dozen stonden er nog, maar gingen minder vaak open. Eerst kwam de televisie die meer te bieden had. Daarna de spelcomputer en internet. De zondagmiddag vulde zich op andere manieren.

Niet dat de spellen slechter werden. Ze waren precies hetzelfde als altijd. Maar het gezin dat ernaast zat, veranderde. Kinderen werden ouder, ouders werden drukker, en het ritueel dat een regenachtige zondag vroeger vanzelf met zich meebracht, verdween langzaam zonder dat iemand er een beslissing over nam.

Wat er overbleef

Nu, decennia later, staat de doos misschien in jouw kast. Niet omdat je hem nog gebruikt, maar omdat je hem niet weg kunt gooien. En als je hem aan je eigen kinderen laat zien, leg je niet alleen een spel neer. Je legt een stuk familiegeschiedenis op tafel. Een gerafeld bewijsstuk van hoe jullie ooit samen een zondagmiddag doorkwamen, met een cent als pion en iemand die onterecht beschuldigd werd van vals spelen.

Die simpele dozen zijn emotionele ankers geworden. Niet ondanks hun gebreken, maar dankzij die gebreken.

Mens-erger-je-niet, Levensweg en Mikado waren niet bijzonder als spelontwerp, en dat is ook nooit het punt geweest. Ze werkten omdat iedereen aan tafel moest wachten op zijn beurt, inclusief wie er anders nooit stil zat. Wie die oude dozen nog ergens in een kast heeft staan, ziet aan de verkleurde hoeken en de losse spelregelboekjes precies hoe vaak ze gebruikt zijn. Dat is de enige recensie die telt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *