De cassettebandjes slieten, de hoes raakte gekreukt, maar je draaide het toch nog een keer terug. Welk nummer dat was, verschilde per persoon, maar voor veel Nederlanders in de jaren 80 zat er een buitenlandse artiest achter. Geen woorden die je volledig begreep, geen context die je kende, maar het maakte niet uit. De buitenlandse popartiesten uit die tijd troffen iets wat lastig te omschrijven is: een gevoel van wereld buiten de eigen straat, op een moment dat Nederland daar meer dan ooit voor openstond.
De Nederlandse hitparade als spiegel van de wereld
De Top 40 van de jaren 80 was in feite een Engelstalige lijst met wat Nederlandse uitzonderingen. Wie de hitparades van die jaren doorneemt, ziet namen als Madonna, Wham!, Michael Jackson, Prince en Duran Duran keer op keer opduiken. Nederlanders kochten massaal buitenlandse singles, huurden videoclips bij de videotheek, en tapeten hun kamer vol met posters uit Hitkrant. De internationale muziek was niet iets wat je er maar een beetje bij deed. Het was het middelpunt.
Madonna: Nederland was eerder fan dan de rest van Europa
Toen ‘Holiday’ in 1983 uitkwam, pikte Nederland haar eerder op dan vrijwel elk ander Europees land. De Nederlandse radiostations, met Veronica voorop, draaiden haar platen vol enthousiasme op een moment dat grote delen van Europa haar nog niet kenden. Dat patroon herhaalde zich door haar hele carrière. Van ‘Like a Virgin’ tot het bombastische ‘Like a Prayer’ in 1989, Madonna was hier geen trend maar een constante. Meisjes in Dordrecht dansten op haar muziek, jongens in Groningen vonden haar tegelijkertijd intimiderend en fascinerend. Ze was overal tegelijk.
Michael Jackson en de Thriller-koorts
Dan was er Thriller. Het album verscheen in 1982, maar de echte explosie in Nederland vond plaats in 1983 en 1984. De videoclip voor ‘Thriller’ was iets wat je in groepsverband bekeek, bij iemand thuis, op een gehuurde VHS-band, net als de populairste films uit de 80’s. Schoolpleinen veranderden in plekken waar jongens en meiden de moonwalk probeerden na te doen, met wisselend succes. Michael Jackson deed in 1988 het Feijenoordstadion vollopen voor zijn Bad-tour. Wie erbij was, praat er nu nog over.
Duran Duran en de Britse invasie
De new wave uit Engeland vond in Nederland buitengewoon vruchtbare grond. Duran Duran, met hun glanzende videoclips en zorgvuldig opgebouwde imago, werden hier net zo groot als thuis. Maar ook acts als Culture Club, Spandau Ballet en Howard Jones hadden in Nederland een trouwe aanhang. Veronica speelde een sleutelrol: de zender was vroeg met nieuwe Britse acts en maakte van de Top 40 een wekelijks ritueel voor tieners. Wie zaterdagochtend niet luisterde, liep op school achter de feiten aan.
Tina Turner: Simply the Best als volkslied
Tina Turners comeback is misschien wel het mooiste verhaal uit de popmuziek van de jaren 80. Na jaren in de schaduw te hebben gezeten, explodeerde ze met ‘What’s Love Got to Do with It’ in 1984. In Nederland sloeg die comeback bijzonder hard aan. Haar latere nummer ‘Simply the Best’ werd hier zo verankerd in de cultuur dat het nog decennia later klonk bij sportevenementen, reclamespotjes en avondvullende tv-shows. Ze trad meerdere keren op in Ahoy in Rotterdam, steeds voor uitverkochte zalen. Er zijn mensen die haar drie keer hebben gezien en het elke keer als een bijzondere ervaring omschrijven.
Prince, Wham! en de buitenbeentjes die mainstream werden
Niet elke grote naam paste in een kant-en-klaar hokje. Prince was te seksueel, te excentriek, te alles tegelijk. Toch werd ‘Purple Rain’ in 1984 een enorme hit in Nederland, en zijn optreden in de Jaarbeurs in Utrecht in 1988 wordt door aanwezigen omschreven als het beste concert dat ze ooit hebben gezien. Wham! was aan de andere kant bijna te toegankelijk, maar ‘Wake Me Up Before You Go-Go’ en ‘Careless Whisper’ waren simpelweg onweerstaanbaar. Culture Club met Boy George zorgde voor gefronste wenkbrauwen bij ouders en enthousiasme bij kinderen. Precies de juiste combinatie voor een hit.
Doe maar versus de rest: de Nederlandse concurrentie
Het zou oneerlijk zijn om de Nederlandse artiesten van die jaren te vergeten. Doe maar was een fenomeen op zich, en hun Nederlandstalige nummers raakten op een heel andere manier dan de internationale sterren. Maar de concurrentie was moordend. Een platenzaak in Utrecht of Eindhoven had in 1984 een rek vol met Michael Jackson, Madonna en Duran Duran, en ergens achteraan stonden de Nederlandse artiesten. Doe maar wist door te breken door dat te omarmen wat de buitenlanders niet hadden: de eigen taal, de eigen humor, de eigen straathoek. Dat maakte het verschil.
Het concert dat je nooit vergeet
Nederland had in de jaren 80 een bloeiend concertcircuit. Ahoy in Rotterdam, de Jaarbeurs in Utrecht, Paradiso en de Melkweg in Amsterdam. Grote namen kwamen hier niet als sluitstuk van een Europese tour, maar namen Nederland serieus als markt. Bruce Springsteen speelde in 1985 de Kuip. David Bowie deed Ahoy meerdere keren aan. Die concerten waren voor de bezoekers geen entertainment maar een ervaring die ze inprentten in hun geheugen. Geen smartphone om het vast te leggen, geen Instagram om het te delen. Alleen jij, de muziek en duizenden anderen die hetzelfde voelden.
De rol van Veronica, de Top 40 en de platenzaak
De popartiesten jaren 80 werden in Nederland groot dankzij een combinatie van factoren die nu moeilijk voor te stellen is. Radio Veronica op de middengolf, later als onderdeel van het publieke bestel, maakte van nieuwe internationale muziek iets toegankelijks. De Top 40 op Radio 538 en zijn voorgangers was een weekelijks evenement. En de platenzaak om de hoek, met zijn bak vol singles voor een paar gulden, was de plek waar je je smaak vormde. Je pakte een hoes op, bekeek de foto van de artiest, las de tracklist, en besloot ter plekke of je het kocht. Zo simpel, zo definitief.
De nalatenschap die nog steeds klinkt
Wie nu een willekeurige 45-plusser in Nederland vraagt naar zijn of haar muzikale jeugd, krijgt binnen dertig seconden ten minste één van deze namen te horen. Dat is geen toeval. De artiesten van die jaren hebben zich vastgebeten in het collectieve geheugen op een manier die latere generaties moeilijk kunnen evenaren. Dat heeft deels met nostalgie te maken, maar ook met kwaliteit: veel van die nummers klinken nu nog verrassend goed. Zet ‘Purple Rain’ op, of ‘Simply the Best’, of de begintonen van ‘Thriller’, en kijk wat er in de kamer gebeurt. De herinneringen komen vanzelf.
Die artiesten sloegen niet aan omdat Nederlanders zo ontvankelijk waren voor alles wat van ver kwam. Ze sloegen aan omdat de muziek goed was, op het juiste moment op de juiste plekken werd gedraaid, en bleef hangen op een leeftijd waarop dat het gemakkelijkst gaat. Van een verkreukelde hoes tot een uitverkochte Ahoy: de route was voor iedereen anders, de herinnering is gebleven.