Een oud vriendenboekje met kleurrijke handgeschreven pagina's en stickers Een oud vriendenboekje met kleurrijke handgeschreven pagina's en stickers

Wat er altijd in een vriendenboekje stond: de vaste vragen, de leugens en de handschriften die je nooit vergeet

Je pakt een doos van zolder en er valt iets uit met een glimmend kaftje volgeschreven in minstens vier verschillende handschriften. Groep 5, groep 6, misschien groep 7. Iemand heeft er een sticker van een dolfijn in geplakt die nu half loslaat. En voor je het weet lees je elke pagina, inclusief de antwoorden van kinderen die je al twintig jaar niet meer hebt gezien.

Het vriendenboekje was tegelijk een sociaal protocol en een onbedoelde tijdcapsule. De vaste vragen leken onschuldig, maar de antwoorden vertelden meer dan de invuller ooit had bedoeld.

De canon van vaste vragen

Er was geen officieel comité dat besloot wat er in een vriendenboekje moest staan, maar toch kwamen overal in Nederland dezelfde regeltjes voor. Lievelingskleur. Lievelingsdier. Lievelingseten. Wat wil je later worden. Wie is je beste vriend of vriendin. Sommige boekjes hadden ook een vakje voor ‘lievelingsmuziek’ of ‘favoriete tv-programma’, en dat is precies waar het interessant wordt.

Want die vragen leken onschuldig, maar ze vormden samen een röntgenfoto van een kind. Niet van wie je echt was, maar van wie je dacht dat je zou moeten zijn. Een negenjarige die ‘paardrijden’ invulde bij hobby’s terwijl ze hooguit eens per jaar op een manege was geweest. Een jongen die ‘voetballer’ schreef bij ‘later groot zijn’, puur omdat dat het antwoord was dat niemand zou bevragen.

De leugens die iedereen vertelde

Laten we eerlijk zijn: het vriendenboekje vroeger was ook een archief van kleine fantasieën. Kinderen die plotseling een paard bezaten, toekomstig popster waren, of zweerkten dat pizza hun absolute lievelingseten was, terwijl ze thuis boontjes met een balletje gehakt aten en dat eigenlijk best lekker vonden.

Die leugens waren geen kwaadwillige bedrog. Het waren dromen, klein verpakt in een hokje van drie centimeter breed. Het kind dat ‘dierenarts’ schreef, verlangde misschien alleen maar naar een kat. Degene die ‘Parijs’ invulde als lievelingsstad, was waarschijnlijk nog nooit verder geweest dan Zeeland. En dat maakt het nu, als je het terugvindt, juist zo ontroerend. Je ziet een kind dat de wereld al heel groot maakte, lang voordat het haar echt had gezien.

Het handschrift als vingerafdruk

Open een oud vriendenboekje en je herkent bepaalde mensen meteen aan hun handschrift, nog voordat je de naam leest. De grote, ronde letters met hartjes boven de i. Het kleine, stijve blokschrift van het stille meisje achterin de klas. De onleesbare krabbel van de jongen die het liefst buiten speelde en het invullen zo snel mogelijk achter zich wilde laten.

Handschrift was karakter, zichtbaar gemaakt. De meisjes die hun letters sierlijk naar rechts lieten hellen, de jongens die met een harde druk schrijfden zodat je de inkeping op de volgende pagina kon voelen. Sommige kinderen versierden elke letter, andere vulden het in alsof het een toets was die af moest. En dat onderscheid zei meer dan de woorden zelf.

De strategische invulvolgorde

Er was ook een ongeschreven protocol rond wie wanneer mocht invullen. Je beste vriendin mocht als eerste, of juist als laatste, zodat haar pagina de mooiste zou zijn. Middelste pagina’s waren voor de wat-minder-belangrijke vrienden. De allerlaatste bladzijde was heilig, gereserveerd voor één persoon.

En dan was er nog de decoratie. Sommige pagina’s kregen stickers, glitterpennen, kleine tekeningen in de marge. Andere kregen twee haastige regeltjes en een handtekening. Als je nu een oud vriendenboekje doorleest, zie je die sociale kaart meteen: wie er echt toe deed, en wie vriendelijk maar zakelijk werd afgehandeld.

Woorden die een tijdperk verraden

Het mooie van de vriendenboekje vroeger vragen is dat ze een generatieportret vormen. In de boekjes uit de jaren tachtig stond ’turnen’ als sport, ‘Bassie en Adriaan’ als lievelingsprogramma en ‘chips’ als lievelingssnack. Een decennium later verschoof dat naar ‘Pokémon’, ‘Spice Girls’ en, in de latere versies, het eerste voorzichtige ‘MSN’ bij de rubriek voor communicatie.

Dat ene woord, die ene verwijzing, en je weet meteen in welke tijd dit kind opgroeide. Het is een talig fossiel. Wie ‘Ninja Turtles’ schreef zat in een andere wereld dan wie ‘K3’ invulde, ook al waren de vragen precies hetzelfde.

De boodschappen die bleven hangen

De meeste vriendenboekjes eindigden met een ‘veel plezier in je boekje’ of ‘vrienden voor altijd’. Prima. Warm. Vergeten na een week. Maar soms stond er iets anders. Eén zin die niet klopte in het genre, die iemand echt schreef in plaats van invulde. Een kind dat schreef dat ze jou de grappigste persoon van de klas vond. Een jongen die voor het eerst in zijn nette handschrift iets aardigs op papier durfde te zetten.

Die zinnen zijn de echte schatten. Niet omdat ze literair zijn, maar omdat je dertig jaar later nog weet wie ze schreef en hoe je je voelde toen je ze las. Dat is het verschil tussen een ingevuld formulier en een moment van echte verbinding, ook al was de schrijver negen jaar oud en stond het naast een sticker van een eenhoorn.

Het terugvinden

Dan is er de schok van het terugvinden. Je ruimt de zolderkamer op, je ouders gaan verhuizen, of je stuit tijdens een verhuis op een kartonnen doos die al tien jaar niet open is geweest. En daar ligt het. Kleiner dan je het herinnerde. De kaft een beetje vervaagd, een hoek omgebogen.

Je bladert erdoor en het gevoel is bijna fysiek. Dat kind was jij. Die handschriften ken je nog. Die namen roepen gezichten op die je al decennia niet meer hebt gezien. En ergens halverwege het boekje staat een naam die je heel even stilzet, omdat je niet meer wist dat die persoon er ook was, in die klas, in dat jaar, in dat kleine stukje van je leven.

Het vriendenboekje is geen groot document van de geschiedenis. Maar het is wel een eerlijk portret van wie je was op een leeftijd dat je het nog niet in de hand had. En dat maakt het, als je het nu openslaat, tot iets wat geen fotoalbum en geen dagboek voor je kan doen.

Wat opvalt als je er nu doorheen bladert: wie netjes invulde, wie haastig schreef, wie de ruimte voor één vraag volledig volpropte en wie het bij één woord liet. Die kleine keuzes zeggen achteraf meer dan het antwoord zelf. Zoek het boekje op als je de kans krijgt. Lees het rustig door. En gooi het daarna niet weg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *