Een stapel oude, vergeelde stripboeken zoals die vroeger in wachtkamers en op kinderkamers lagen Een stapel oude, vergeelde stripboeken zoals die vroeger in wachtkamers en op kinderkamers lagen

Stripboeken die vroeger in elke wachtkamer en elk kinderkamertje lagen

Je zit in de wachtkamer van de tandarts. Het plastic stoeltje plakt een beetje, de receptiemedewerker bladert door iets, en ergens staat een bak vol boekjes. Je pakt er een. De kaft is een beetje gebobbeld, er zit een gekrulde hoek aan de achterkant, en als je hem openslaat ruikt hij naar papier, naar handen, naar zomervakantie. Voor je het weet ben je drie avonturen van Suske en Wiske verder en roept de assistente je naam al voor de tweede keer. Stripboeken waren niet zomaar boeken. Ze lagen overal, werden door tientallen handen gevleid, en niemand vroeg zich af of je ze wel had mogen pakken.

De geur van een oud stripboek

Er is iets bijzonders aan de manier waarop geur herinneringen oproept, en stripboeken doen dat bijna oneerlijk goed. Het licht vergeleide papier, de iets taaie inkt van een goedkope druk, de vage geur van andere kinderhanden die hetzelfde boek al door hadden gebladerd. Neurowetenschappers noemen dit het Proustiaans effect, maar dat hoef je niet te weten om het te herkennen. Je ruikt een oude Donald Duck en je bent ineens tien.

Wat die herinneringen ook zo sterk maakt, is de context. Stripboeken lagen overal. Bij de kapper. Bij de huisarts. In de vakantietas van je ouders. Op de slaapkamer van een neef die ze zorgvuldig in plastic mapjes bewaarde. Ze waren altijd aanwezig, als vanzelfsprekend meubilair in het leven van een kind.

Het tandartswachtkamerfenomeen

De wachtkamer van de tandarts had een eigen curriculum. Daarin verschenen vrijwel altijd dezelfde titels: Asterix, Suske en Wiske, Donald Duck. Niet toevallig. Dit waren de series met dikke albums, betaalbaar in grote oplagen en breed genoeg van humor om zowel een nerveuze negenjarige als een verveelde volwassene te entertainen.

Huisartsen kozen iets vaker voor Donald Duck-weekbladen, die compact genoeg waren voor een kleine tafel en door de wekelijkse opmaak uitnodigden tot kort bladeren. Kappers hadden dan weer een voorkeur voor Asterix. Geen idee waarom, maar het was zo. Misschien lag het aan de Gallische eigenwijsheid die ook kappers aanspreekt.

De drie heren van de klas

Suske en Wiske, Asterix en Donald Duck. Elk sprak een ander type kind aan, en toch kende iedereen ze alle drie.

Suske en Wiske was de Belgische buurman die iets te lang bleef eten. Willy Vandersteen schiep een wereld die tegelijk huiselijk en absurd was. Lambik was onsterfelijk populair omdat hij precies deed wat je zelf niet mocht: opscheppen, struikelen en zichzelf overschatten. Kinderen met oudere broers of zussen hadden thuis al stapels albums staan, want Suske en Wiske was ook iets voor ouders.

Asterix had een ander publiek. Dit was het stripboek voor het kind dat graag las, dat woordgrappen begreep en het fijn vond om iets te snappen wat andere kinderen misten. De namen van de Romeinen (Centurio Bruutus, Claudius Sycofantus), de verwijzingen naar de geschiedenis, het getier van Heroix: het was voor slimmeriken, maar nooit saai. Goscinny en Uderzo maakten iets wat volwassenen en kinderen tegelijk konden lezen, elk op hun eigen niveau.

Donald Duck was het jolijt. Oom Dagobert die zijn zwembroek stukscheurde in de geldberg. Kwik, Kwek en Kwak die het altijd beter wisten. Donald zelf, eeuwig de verliezer met wie je meekreunde. Het weekblad was ook het formaat: niet een dik album om van te genieten, maar een wekelijkse portie geluk in de brievenbus.

De typisch Nederlandse helden

Buiten Nederland heeft bijna niemand gehoord van Tom Poes, Kapitein Rob of Eric de Noorman. Maar voor generaties Nederlandse kinderen waren dit iconen van het eerste uur.

Marten Toonder schiep met Tom Poes en Heer Bommel iets wat in geen enkel ander land bestond: een strip die in prachtig, bijna literair Nederlands was geschreven. Heer Bommel was een heer van stand die altijd net naast de werkelijkheid stond, en Tom Poes loste de problemen op met een vriendelijk gezicht. De taal alleen al was een opvoeding.

Kapitein Rob, getekend door Pieter Kuhn, was de Nederlandse avontuurstrip bij uitstek, met schepen, ontdekkingen en de geur van zout water. En Eric de Noorman, het werk van Hans G. Kresse, was rauwe pennentekeningen en Vikingavonturen, een wereld weg van de Belgische comic-stijl maar minstens zo verslavend.

Deze series zijn minder makkelijk te vinden dan Asterix, maar juist daardoor voelt het als een ontdekking als je ze tegenkomt op een rommelmarkt of in een antiquariaat.

Het stripblad als weekritueel

Eppo, Donald Duck-weekblad, Sjors en Sjimmie in de brievenbus. Voor kinderen die in de jaren zeventig, tachtig of negentig opgroeiden, was de komst van een stripblad een vast ankerpunt in de week, net als veel andere dingen die we op de basisschool deden. Je wachtte erop. Je keek wie er als eerste mocht lezen. Je vouwde je favoriete pagina om, ook al wist je dat dat niet mocht.

Eppo was het blad voor de wat oudere lezer, met series als Roodbaard en later Franka. Het had iets stoerders dan de vrolijke Donald Duck, en dat trok een ander publiek. Sjors en Sjimmie was dan weer helemaal voor het kleine grut: groot formaat, eenvoudige tekeningen, verhalen die je in tien minuten uit had. Ideaal voor een regenachtige woensdagmiddag.

Ruilen, verzamelen, doorgeven

Voor sociale media was het stripboek zelf een sociaal netwerk, net als veel spullen die iedereen vroeger had. Je ruilde albums met klasgenoten, je leende er een van je buurjongen en vergat hem een jaar terug te geven (sorry, Michiel), en je bouwde een collectie op die deels van jezelf was en deels gewoon via je handen was gegaan.

Sommige kinderen werden echte verzamelaars, met albums in nummervolgorde en een lijstje van wat er nog ontbrak. Anderen lazen alles gewoon kapot en gaven het door. Beide manieren waren goed.

De vergeten titels die toch de eerste liefde waren

Naast de grote drie waren er titels die minder luid riepen maar voor velen minstens zo belangrijk waren. Franka, de vrouwelijke avonturierster van Henk Kuijpers, was voor meisjes (en jongens) die iets anders wilden dan de gebruikelijke helden. Jommeke, het Belgische blond met het kuifje, lag in veel Vlaamse gezinnen maar sloop ook de Nederlandse grens over. En Vater und Sohn, het Duitse stripboek zonder tekst van E.O. Plauen, was een stille klassieker die van generatie op generatie werd doorgegeven zonder dat je er een woord bij nodig had.

Wat er van deze series geworden is

Het goede nieuws: de meeste klassiekers zijn er nog. Asterix verschijnt nog steeds in nieuwe albums. De Donald Duck-weekbladen liggen in elke supermarkt. Suske en Wiske gaat onverstoord door, al klagen trouwe fans soms over de modernere tekenstijl. En de oude Toonder-albums worden heruitgegeven in keurige verzamelbanden, voor wie volwassen wil worden met Tom Poes alsnog wil ontdekken.

Eric de Noorman en Kapitein Rob zijn moeilijker te vinden, maar niet onmogelijk. Antiquariaten, rommelmarkten en tweedehandsplatforms zijn goudmijnen voor de geduldige zoeker.

Zelf weer beginnen

Wil je die nostalgische stapel opnieuw opbouwen, voor jezelf of voor een kind in je omgeving? Begin klein en persoonlijk. Koop een Asterix-album dat je vroeger al kende en herlas het met nieuwe ogen. Ga naar een goede boekhandel en vraag naar de herdrukken van Toonder. Bezoek een rommelmarkt en laat je verrassen door wat er in een vergeelde plastic zak zit voor twee euro.

Het mooiste is misschien wel dit: een kind van nu dat een oud stripboek oppakt en precies hetzelfde doet als jij vroeger deed. De kaft een beetje gebobbeld, een gekrulde hoek, en die geur. Die geur verandert nooit.

Die strips lagen niet voor niets overal. Ze waren makkelijk mee te nemen, makkelijk te begrijpen, en je had geen account of abonnement nodig om erin te beginnen. Of je nu zweert bij Asterix, Suske en Wiske, of de meeste genegenheid hebt voor de stille genialiteit van Tom Poes: de kans is groot dat ergens in een doos, op een plank of op een rommelmarkttafel nog een exemplaar op je ligt te wachten. Met precies die geur.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *