Kleurrijke jaren 80 mode met brede schouders en felle kleuren Kleurrijke jaren 80 mode met brede schouders en felle kleuren

Mode en stijl in de jaren 80: wat droeg iedereen en waarom vonden we het geweldig

Je staat in een kledingwinkel en ziet een jas met brede schouders hangen. Even schiet er iets door je heen: dat had mijn moeder vroeger ook. Of jijzelf, eerlijk is eerlijk. Want de jaren 80 zijn nooit echt weggegaan, ze lagen alleen even te slapen. En als je eerlijk bent, wil je die jas stiekem passen.

Meer was altijd beter: een decennium dat schreeuwde om aandacht

De jaren 80 waren geen tijd voor bescheidenheid. Kleding mocht opvallen, mocht irriteren, mocht bewondering afdwingen. Wie stil door een feestje liep, deed het verkeerd. Het decennium begon met de naweeën van de disco en eindigde met haarlak die bestand was tegen een storm op de Noordzee. Daartussenin gebeurde er van alles, en bijna altijd was het te veel. Dat was precies de bedoeling.

Schoudervullingen: kleine watten met een grote boodschap

Vraag iemand wat hij of zij zich herinnert van mode uit de jaren 80, en de kans is groot dat het antwoord begint met schouders. Die vullingen zaten overal: in damesjassen, in overgoois, in de blazers van mannen die zichzelf serieus namen op vrijdagavond. Het silhouet werd breed, krachtig, bijna militair.

Dat had een reden. Vrouwen stroomden in die jaren de arbeidsmarkt op en kleedden zich daarnaar. De schoudervulling was geen grap, het was een statement: ik ben hier, ik neem ruimte in, ik doe mee. Dat het er ook een beetje uitzag alsof je net van de American football had gewisseld, nam men er graag bij.

Neonkleuren: van gymzaal tot zaterdagavond

Fluogeel, knalroze, elektrisch blauw. Als je in de jaren 80 opgroeide, zat je er middenin zonder het te weten. De gymleraar had een fluitje aan een neonkoord. Je beste vriendin had een sweater in een kleur die niet in de natuur voorkomt. En op zaterdagavond in de discotheek stonden de uv-lampen aan zodat elke witte blouse en elke lichtgele trui letterlijk begon te gloeien.

Neonkleding hoefde nergens op te slaan. Het moest alleen opvallen, en dat deed het. Van de Haagse Markt tot de kermis in Doetinchem: als je er niet uitsprong, deed je het fout.

De stonewashed spijkerbroek: democratisch kledingstuk van het decennium

Terwijl schouders en neon vooral door de modewereld werden aangejaagd, was er één kledingstuk dat iedereen droeg: de stonewashed spijkerbroek. Van tieners in de Jordaan tot boerenjongens in de Achterhoek, van de supermarktcassière tot de kantoormedewerker op zijn vrije dag. Die vervaagde, lichtblauwe broek met rafelige details was de grote gelijkmaker van de jaren 80.

Soms had hij scheuren. Soms had hij een hoge taille. Soms was hij zo strak dat je hem liggend op het bed dichtritste. Maar iedereen had er een, en niemand stelde daar vragen over.

Pofmouwen, ruches en de prinses die een tsunami aan tule veroorzaakte

Op 29 juli 1981 trouwde Diana Spencer met de Britse kroonprins, en de volgende ochtend wist heel Nederland wat pofmouwen waren. Haar jurk, ontworpen door de gebroeders Emanuel, had mouwen die een eigen luchtstroom leken te genereren en een sleep van meer dan zeven meter. Dat dit een beetje overdreven was, kon niemand ontkennen. Dat het prachtig was, evenmin.

In de jaren erna rolde er een golf van tule, ruches en overdadige bruidsstijl over Nederland. Elke bruidswinkel hing vol met variaties op die jurk. Meisjes gingen verkleed als prinses, en zelfs de avondjurk voor schoolfeesten was niet veilig voor een extra laag organza.

Nederlandse tv als modedictator

Wat je maandag op school droeg, had je vrijdag op tv gezien. Nederlandse tv als jaren 80-modedictator – Countdown op de TROS was geen muziekprogramma, het was een wekelijkse modeles. De Nacht van Toppop zorgde dat je wist welke artiesten er bestonden, maar ook hoe je haar hoorde te zitten en welke kleur je riem moest hebben. BRT-sterren uit Vlaanderen werden ook gevolgd, want de Belgische televisie was net iets losser, net iets kleurrijker.

Presentatoren hadden invloed die influencers nu in hun stoutste dromen niet bereiken. Als een bekende tv-stem een bepaald jasje droeg, hing datzelfde jasje drie weken later bij de V&D.

Gordon, BZN en het bewijs dat kitsch en stijl prima samen gaan

Dan zijn er de Nederlandse artiesten. BZN trad op in outfits die ergens tussen vissersdorp en glampop zweefden. Gordon, later actief maar met wortels in diezelfde uitbundige cultuur, maakte van overdaad een handelsmerk. En de Nederlandstalige schlager vierde hoogtij op familiefeesten van Zeeland tot Groningen, compleet met glinsterende pakken en kapsels die uren hadden gevergd.

Het was kitsch, dat wist iedereen. Maar het was ook oprecht, enthousiast en ongegeneerd zichzelf. Dat is misschien wel de mooiste erfenis van de jaren 80: niemand deed alsof het allemaal heel gewoon was, want gewoon was nu eenmaal niet het doel.

Haar als architectuur: gel, crimpen, highlights en haarlak tegelijk

Het haar in de jaren 80 was geen kapsel, het was een constructie. Een zorgvuldig gemaakte, chemisch gefixeerde constructie. Je had de crimpertang, die je haar golfsgewijs bewerkte tot iets wat op gefrituurde pasta leek maar er op de een of andere manier geweldig uitzag. Je had de highlights, aangebracht met een speciaal kapje en een haakje, waarna je een paar uur onder een föhnkap zat. En als alles gezet was, begon het echte werk: een wolkje haarlak dat de ruimte tijdelijk onbewoonbaar maakte, maar je haar urenlang op zijn plek hield.

Mannen deden evengoed mee. Gel in kuiven, gel in pieken, gel in kapsels die bij regen een eigen ecosysteem dreigden te vormen. Mooier werd het er niet altijd van. Indrukwekkender zeker wel.

Accessoires zonder rem

Geen artikel over mode uit de jaren 80 is compleet zonder de accessoires. Niet één scrunchie, maar drie, gestapeld op dezelfde pols. Plastic armbanden in iedere denkbare kleur, zo veel dat ze bij elke beweging rinkelden. De visgraatbroche op de revers van je jasje. De sleutelhanger aan je broekriem, liefst met iets eraan wat geluid maakte.

Het principe was simpel: als je het kwijt kon, droeg je het. Minder was een mislukking. Meer was een ambitie.

Waarom we nu nog steeds verliefd zijn op die overdaad

Veertig jaar later staan we in die winkel en pakken toch die jas met brede schouders. Niet perse omdat we terug willen naar 1986, maar omdat iets in die uitbundigheid aanvoelt als vrijheid. De jaren 80 waren een periode waarin niemand zich afvroeg of iets te veel was. Of te fel, te groot, te luid. Het antwoord was altijd: doe maar.

Dat gevoel ontbreekt wel eens in een tijd waarin iedereen het over minimalisme heeft. En dus koopt de ene helft van Nederland stiekem een neonkleurig accessoire, terwijl de andere helft tevreden vaststelt dat stonewashed spijkerstof gewoon nog steeds goed staat. Beide groepen hebben gelijk. De jaren 80 geven daar gewoon toestemming voor.

De jaren 80 waren overdreven, bont en soms ronduit hilarisch achteraf. Maar ze waren ook oprecht en vol zelfvertrouwen. Kleding was plezier, een feestje, een manier om de wereld te vertellen wie je was. Of in ieder geval wie je die avond wilde zijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *