Een groot donkerbruin houten wandmeubel met glazen deurtjes en open planken, typerend voor de Nederlandse woonkamer in de jaren 80 Een groot donkerbruin houten wandmeubel met glazen deurtjes en open planken, typerend voor de Nederlandse woonkamer in de jaren 80

Het wandmeubel in de jaren 80: waarom stond dit gevaarte in elke Nederlandse woonkamer en wat bewaarden we erin?

Je bent bij je oma op bezoek en loopt de woonkamer in. De hele achterwand is bezet door een donkerbruin gevaarte van vloer tot plafond, met glazen deurtjes, kleine lades en planken vol spullen die je nooit ziet gebruiken. Kristallen schalen, een klok die elke kwartier tikt, schoolfoto’s achter glas en een souvenirtje uit Lloret de Mar. Het wandmeubel was in de jaren tachtig niet weg te denken uit de Nederlandse woonkamer, en toch vraag je je af: hoe is dit kolossale meubelstuk ooit zo gewoon geworden, en wat bewaarden mensen er eigenlijk in?

Hoe het wandmeubel de kamer overnam

In de Nederlandse rijtjeswoning van de jaren 80 was ruimte schaars, maar ambities waren dat niet, net als in de rest van de jaren 80 culture. Het wandmeubel was de slimme oplossing: één meubelwand die opbergruimte, pronkplek en statussymbool tegelijk was. Fabrikanten als Kalmar en diverse Belgische en Scandinavische merken leverden complete systemen die je woonkamer van links naar rechts vulden. Je koos je modules, je koos je houtkleur, en hopelijk paste het net door de voordeur.

De opkomst was geen toeval. De welvaart steeg, de consumptie groeide, en er moest ergens een plek komen voor al die nieuwe spullen. Een servesgoed voor twaalf personen, een encyclopedieënset in twintig delen, een kristallen vaas die je van de bruiloft had gekregen. Het wandmeubel was de enige logische oplossing, en dus stond het er. In Amstelveen, in Tilburg, in Groningen. Overal hetzelfde gevaarte, met kleine persoonlijke variaties.

Statussymbool op de vierkante meter

Er was een duidelijke hiërarchie in wandmeubels. Een massief houten exemplaar met echte teak-fineer gaf aan dat je het écht gemaakt had. De goedkopere variant van gelakt spaanplaat was ook prima, maar kenners zagen het verschil. Sommige buren kwamen expliciet kijken als er een nieuw wandmeubel werd geplaatst. Het was een evenement. De mannen hielpen het gevaarte naar binnen sjouwen, de vrouwen bespraken de indeling van de vakken.

Want die indeling was cruciaal. Het wandmeubel was je visitekaartje. Wat je liet zien achter die glazen deurtjes, vertelde wie je was als gezin.

De vaste bewoners, vak per vak

Er was een ongeschreven wet over wat er in een wandmeubel hoorde. Achter het glas, op ooghoogte: het kristallen servies. Slanke wijnglazen, gedraaide likeurglaasjes, een schaal die te mooi was om te gebruiken. Ze stonden er voor de sier, ze werden twee keer per jaar afgestoft, en ze kwamen tevoorschijn tijdens de kerst en misschien met Pasen.

Daarnaast: het porselein. Een koffieservies voor twaalf personen, ingepakt in de originele dozen, klaar voor een feest dat zelden of nooit plaatsvond. Of het Delfts blauwe decoratiebordje van een uitstap naar Volendam, ooit.

Op de open planken stonden de boeken. En dan met name de encyclopedieën, want die waren aangeschaft als investering in de toekomst van de kinderen. Grote Winkler Prins-sets, of de Spectrum Encyclopedie in groene linnen banden. Ze zagen er imposant uit. Of iemand ze ooit opensloeg, is een andere vraag.

Het heilige glazen gedeelte

Het glazen deel van het wandmeubel was bijna sacraal. Kinderen mochten er niet bij. Je keek erdoor, maar je raakte het liever niet aan. Achter die kleine koperen sleuteltjes en smalle scharnieren bewaarden ouders de dingen die ze echt waardevol vonden: een schaal van Makkum-aardewerk, een kristallen fruitschaal die van oma geweest was, een verzameling kleine beeldjes van porselein.

Het grappige was dat niemand die dingen echt gebruikte. Ze stonden er om te bestaan. Om te bewijzen dat er mooie dingen waren in dit huis. En in dat opzicht deed het glazen wandmeubel perfect zijn werk.

De geheimen in de onderste laden

Dan waren er de gesloten compartimenten, onderaan of opzij. Hier werd het interessant. In de onderste lades en kastdeurtjes bewaarden Nederlandse gezinnen de dingen die nergens anders pasten. Papieren die ooit belangrijk waren en nu onleesbaar vergeeld zijn. Oude fotorolletjes, nog niet ontwikkeld. Een spaarpot in de vorm van een biertje. Het spelletje Stratego zonder drie stukken. Garantiebewijzen van apparaten die al lang naar de vuilnisbelt zijn. En soms, bijna altijd: een kaarshouder die te lelijk was om weg te gooien maar te onpraktisch om te gebruiken.

De onderste lades van het wandmeubel waren de echte familiekroniek. Niet de mooie versie die je liet zien, maar de echte.

Het wandmeubel als familiekroniek

Op de bovenste planken stonden de trouwfoto’s, omlijst in donker hout of zilverkleurig metaal. Ernaast de schoolfoto’s van de kinderen, elk jaar een nieuwe, in een rij die de groei bijhield. En dan de souvenirs. Van de vakantie naar Spanje: een miniatuurstier van keramiek. Van de dagtrip naar Parijs: een kleine Eiffeltoren. Van de neef die een keer naar Griekenland was geweest: een blauw-wit schaaltje dat hij had meegenomen.

Het wandmeubel was een tijdlijn. Als je nu terugkijkt op die foto’s van de woonkamer van vroeger, zie je hoe het gezin groeide en veranderde terwijl het meubel onveranderlijk bleef staan.

Merken en modellen die de Nederlandse woonkamer veroverden

Kalmar was een naam die veel mensen kenden, maar er waren ook talloze andere aanbieders. Meubelzaken in elke stad hadden hun eigen showroom vol wandmeubels in verschillende houtsoorten en configuraties. Teak was populair in de vroege jaren 80, later werd lichtere essen of wit gelakt hout modieuzer. Je kon modules bijkopen als de familie groeide, of als je eindelijk dat extra televisievak wilde.

Want ja: het wandmeubel was ook de thuisbasis van de televisie. Een vast vak met de juiste maat voor de buisbeeldtelevisie, zodat het apparaat er netjes in verdween. Tot de televisies steeds groter werden, en het vak ineens te smal bleek.

Hoe het wandmeubel uit de gratie viel

Aan het begin van de jaren 90 veranderde de smaak. Open woonkamers werden populair, licht en ruimte werden de nieuwe luxe, en dat massieve donkere gevaarte paste ineens niet meer in het plaatje. Tijdschriften als Libelle en Margriet toonden interieurs met houten vloeren, witte wanden en lage meubels. Het wandmeubel werd stilletjes afgevoerd.

Niet in één keer, want dat ding woog honderden kilo’s en paste niet zomaar door de deur. Maar langzaam verdween het: eerst naar de slaapkamer, dan naar de garage, dan naar de advertentie op de marktplaats.

De tweede en derde reis van het wandmeubel

Een flink deel van de Nederlandse wandmeubels belandde bij de kringloopwinkel, of werd aan stukken gezaagd voor de container. Maar er is ook een kleine revival gaande. Mensen die opgroeiden met dit meubel kopen het nu bewust terug, als statement of als ironie, of gewoon omdat ze het mooi vinden. Een enkel exemplaar staat inmiddels in een designstudio als vintage object. Anderen worden opgeknapt en krijgen een nieuw leven in een studentenhuis of een creatief kantoor.

Het wandmeubel jaren 80 overleeft zichzelf. Dat had het gevaarte misschien wel verdiend.

Het wandmeubel verdween net zo geruisloos als het was gekomen. De jaren negentig brachten lichtere interieurs en minder opbergruimte aan de muur, en de kringloopwinkels vulden zich met teak en gelakt spaanplaat. Wat er wél in bleef, was de gewoonte om spullen te bewaren die je niet weggooit maar ook nooit gebruikt. Die gewoonte heeft het wandmeubel ruimschoots overleefd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *