Kinderen op de achterbank van een auto tijdens een lange autorit Kinderen op de achterbank van een auto tijdens een lange autorit

Spelletjes die je vroeger op lange autoritten speelde zonder scherm

Het is tien uur ’s ochtends, je zit ingeklemd tussen een tas met broodtrommels en je jongere broertje, en je vader heeft net gezegd dat het nog ‘ongeveer twee uurtjes’ rijden is. Wat overigens minstens drie uur bleek te duren. Geen tablet, geen koptelefoon, geen eigen beeldscherm in de hoofdsteun. Alleen de eindeloze snelweg, een vlakke horizon en de stille wanhoop van de achterbank. En toch kwamen jullie er altijd doorheen. Want als er geen schermen zijn, verzint een kind wel wat.

De achterbank als speelkamer op wielen

Verveling was vroeger geen probleem dat je oploste, het was een uitdaging die je aanging. Op de achterbank van een Renault 11 of een Volkswagen Passat, ergens op weg naar een camping in de Dordogne of oma in Groningen, begon elk kind vanzelf te zoeken naar afleiding. Niet omdat ouders dat aanmoedigden, maar omdat de stilte op een gegeven moment gewoon te groot werd. Uit die stille nood kwamen spelletjes voort die geen materiaal nodig hadden, geen stroom en geen instructieboekje. Alleen mensen, woorden en een beetje competitiedrang.

Nummerplaatjacht: het kenteken als puzzel

Weinig dingen konden een gezin zo snel mobiliseren als een Duits kenteken met dubbele letters. Bij nummerplaatjacht was het de bedoeling om letters of cijfers in volgorde te vinden op de borden van voorbijrijdende auto’s. Klinkt simpel, maar zodra je vastzat op een Q of een X, kon dat twintig minuten zwijgende concentratie opleveren. Iedereen tuurde naar rechts, naar links, naar de vrachtwagen die je inhaalde. En dan, net als je begon te wanhopen, reed er een busje uit Luxemburg voorbij met precies de juiste combinatie. De ruzie over wie het eerst had gezien, duurde minstens even lang als het spel zelf.

‘Ik denk aan iets…’ en de kunst van het volhouden

Het klassieke raadspelletje kende maar één echte vaardigheid: geduld. Degene die iets bedacht, mocht pas toegeven als niemand het kon raden. Wat leidde tot situaties waarbij iemand 45 minuten lang volhield dat het antwoord ‘een soort gereedschap’ was, terwijl het uiteindelijk een notenkraker bleek. Of nog erger: de bedenker was vergeten wat het was, maar gaf dat natuurlijk nooit toe. Het spel eindigde zelden netjes. Meestal ergens bij een tankstation, als mama zei dat het nu echt klaar was.

Woordketens, woordassociatie en ‘Ik ga op reis’

Voor de echte geheugenatleten was ‘Ik ga op reis en ik neem mee’ het ultieme tijdverdrijf. Je begon met een appel, de volgende voegde een banaan toe, en ergens bij de letter M begon iedereen stiekem op de vingers te tellen. De verliezer mocht niet zeuren. Maar zeuren deed diegene sowieso, want na tien ronden met een volle lijst was het bijna onmogelijk om het fout te doen zonder dat iemand dat uitbundig vierde.

Woordassociatie was sneller en genadelozer. Zeg het eerste wat in je opkomt, zonder nadenken. Wie aarzelt, verliest. Wat leidde tot kettingen als ‘hond, bot, soep, warm, trui, schapen, boer, tractor, modder’ en dan ineens ‘disco’, want zo werkt een kinderhoofd nu eenmaal.

De horizon afspioneren

Auto’s tellen op kleur was een favoriet voor de jongste kinderen, maar werd al snel dodelijk serieus als er gewed werd. Wie wint: rood of blauw? De volgende vijf minuten gingen alle blikken door het raam, en plotseling was elke bordeauxrode Volvo een discussiepunt. Nog populairder was de wedstrijd om als eerste de McDonalds-M te zien langs de snelweg. Of een windmolen. Of een rivier. Wie bedacht de categorie, bepaalde ook eigenlijk wie er ging winnen, wat tot de nodige ruzies leidde.

Kaartlezen als serieuze taak

De vouwkaart. Dat enorme, onhandelbare ding dat je nooit meer op de goede manier teruggevouwen kreeg. Maar als je als kind de bijrijderstaak op de achterbank kreeg toebedeeld, voelde dat als een echte promotie. Je mocht aanwijzen waar we reden, de volgende stad opzoeken, schatten hoe lang het nog duurde. Het feit dat je de kaart ondersteboven had en eigenlijk geen idee had waar jullie waren, deed er niet toe. Je was de navigator. En dat was iets.

Sommige kinderen werden er zelfs goed in. Niet per ongeluk worden die kinderen nu de mensen die op vakantie nog steeds een papieren kaart meenemen, voor de zekerheid.

Zwijgwedstrijden en andere uitvindingen van wanhoop

Als alle andere spelletjes op waren, werd het creatief. Wie houdt het langst zijn mond? Klinkt makkelijk, werkt nooit. Iemand lacht altijd, of hoest expres, of stelt een vraag die technisch gezien geen vraag is maar gewoon een zin die omhoog klinkt. De zwijgwedstrijd duurde gemiddeld vier minuten.

Dan was er het kijkspel: wie ziet als eerste een koe, een tractor, een geel huis met een rode deur. Op sommige trajecten kon dat uren duren. Op de weg naar de Veluwe stond het een-nul voor de koeien, ruim voor Arnhem.

Wat je er stiekem van leerde

Die spelletjes op de achterbank leerden je meer dan je toen doorhad. Concentratie, want je moest opletten. Taalgevoel, want woordspelletjes vragen om een beetje gevoel voor ritme en betekenis. En verliezen, wat op de achterbank van een auto nauwelijks te vermijden was. Niet altijd netjes, niet altijd met gratie, maar uiteindelijk wel. Want de volgende afrit was altijd weer een nieuwe kans.

En misschien wel het belangrijkste: je leerde wachten. Dat de tijd zelf ook bezig is, ook als jij niks doet. Dat de wereld buiten het raampje echt bestaat en de moeite waard is om naar te kijken.

De comeback van de schermvrije rit

Steeds meer gezinnen kiezen er bewust voor om een deel van een lange autorit zonder schermen te doen. Niet als straf, maar als experiment. En dan blijkt dat de oude klassiekeers nog steeds werken. ‘Ik ga op reis’ overleeft elke generatie. Nummerplaatjacht ook, al zijn de kentekens inmiddels minder kleurrijk dan vroeger.

De spelletjes vroeger op reis die jij als kind speelde, zijn verbazingwekkend taai. Ze hebben geen update nodig, geen batterij, geen wifi. Alleen een auto, een lange weg en mensen die samen besluiten dat dit weleens leuk kan worden. En dan wordt het dat ook, al kost het soms even.

Die spelletjes werkten omdat ze niets nodig hadden: geen stroom, geen verbinding, geen instructies. Een vraag of een raadsel was genoeg om een halfuur te vullen. Voor wie deze zomer lange ritten plant: gooi het idee maar eens op tafel. De achterbank doet de rest wel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *