Turquoise tegels in een typische jaren 60 badkamer Turquoise tegels in een typische jaren 60 badkamer

De jaren 60 badkamer in Nederland: van turquoise tegels tot de eerste douchegordijnen

Je staat in een badkamer met turquoise tegels tot halverwege de muur, een badkuip op pootjes en een douchegordijn met bloemmotief dat bij elke beweging aan je arm plakt. De kraan druppelt. De vloer is koud. En toch: het ruikt precies zoals het hoort. Fa-zeep, vochtig cement en iets wat je moeilijk kunt benoemen maar onmiddellijk herkent. De jaren 60 badkamer in Nederland was functioneel tot op het bot, maar hij heeft een merkwaardig sterke indruk nagelaten bij iedereen die er ooit in stond.

De geur die alles terugbrengt

Geuren zijn verradelijk in hoe ze het geheugen omzeilen en rechtstreeks bij de emotie aankloppen. De typische jaren 60 badkamer rook naar een specifieke combinatie: de zoete, licht bloemige geur van Fa-zeep, het scherpere parfum van Baden Extra badschuim, en daaronder een bijna minerale ondertoon van natte tegels en koud geëmailleerd gietijzer. Voeg daarbij een vleugje vochtige badmat en het condenswater op de muur, en je hebt een geur die voor heel veel Nederlanders van boven de vijftig onmiddellijk iets losmaakt. Niet somber, niet onaangenaam. Gewoon: thuis, vroeger, echt.

Pastel als standaard: het naoorlogse optimisme in tegelvorm

De dominante tegelkleuren van de jaren 60 badkamer in Nederland waren geen toeval. Turquoise, mintgroen, zachtroze en lichtblauw waren de directe uitdrukking van naoorlogs optimisme. Na de grauwe bezettingsjaren en de sobere wederopbouwtijd van de jaren 50 mochten dingen eindelijk een beetje vrolijk zijn. De massawoningbouw die in de late jaren 50 en 60 op gang kwam, met grote wijken in steden als Eindhoven, Almelo en aan de randen van Amsterdam, bracht voor het eerst een eigen badkamer voor de gewone arbeidersgezinnen. En die badkamer mocht er zijn. De tegelmakers speelden daar handig op in met pastelkleuren die tegelijk fris en modern oogden.

Eén kleur per badkamer was de norm. Geen mix, geen accent. Gewoon: turquoise van de vloer tot halverwege de wand, en daarboven wit. Simpel, herhaalbaar, en in grote aantallen tegelijk te plaatsen door de aannemers die honderden woningen tegelijk bouwden.

De badkuip als middelpunt van de wereld

In bijna elk huishouden stond hij: de witte geëmailleerde gietijzeren badkuip. Vrijstaand in de wat ruimere woningen, maar vaker strak tegen twee muren geklemd in de smalle badkamertjes van de portiekflat. Hij was zwaar, hij was koud als je er per ongeluk tegenaan leunde, en hij was vrijwel de enige optie. Een stevig bad nemen was iets wat je deed, niet iets waarvoor je koos. En voor de kinderen was het een wekelijks ritueel dat gepaard ging met een mengsel van protest en uiteindelijk toch wel plezier.

Het bescheiden begin van de douche

Een apart douchehokje in de jaren 60? Dat was voorbehouden aan een kleine minderheid. Voor de meeste Nederlandse huishoudens bestond ‘douchen’ uit een eenvoudig douchegarnituur boven de badkuip: een houder op de kraan, een rubberen slang en een douchekop die je met één hand vasthield terwijl je je met de andere hand probeerde te wassen. Praktisch, maar niet bepaald luxueus. Je leerde er automatisch snel mee te zijn.

Het douchegordijn maakt zijn entree

Het douchegordijn was in de vroege jaren 60 een relatief nieuw fenomeen in de Nederlandse badkamer. De eerste exemplaren waren strak functioneel: een doorzichtig of wit plastic strook aan een roede boven het bad, simpelweg bedoeld om de rest van de badkamer droog te houden. Maar al snel kwamen de modellen met bloemmotieven, pastelkleurige strepen of het vrolijke geometrische patroon dat zo typerend was voor het decennium. Bij warenhuizen als de Bijenkorf en V&D kon je ze kopen voor een paar gulden. Het was voor het eerst dat de badkamer iets kreeg wat je bewust had uitgekozen om er ook mooi uit te laten zien.

De wastafel en het tweepersoonsspiegel-ritueel

De wastafels waren klein. Soms werkelijk opvallend klein, zeker naar huidige maatstaven. Eén kraan voor koud water, één voor warm, en een spiegel erboven die net groot genoeg was voor één gezicht tegelijk. In gezinnen met meerdere kinderen werd er een vast schema gehanteerd voor de ochtend, want anders liep alles vast. Het medicijnkastje, later aan de muur bevestigd naast of boven de spiegel, gold in de jaren 60 als een stap omhoog. Wie een medicijnkastje had, had een badkamer die af was.

Koude tegels en kleine kacheltjes

In de jaren 60 badkamer ontbrak moderne verwarming volledig: de tegels waren ’s ochtends ijskoud, ook in de zomer, maar zeker in de winter. De oplossingen waren pragmatisch: een dikke, zachte badmat direct naast het bad (het liefst in een bijpassende pastelkleur), en voor de echte koude maanden een klein olieradiatoratje of een infraroodkacheltje aan de muur. Dat laatste was in de betere rijtjeswoningen een echte verbetering. In de huurflats moest je het er vaak zonder doen.

Huurwoning of koopwoning: een merkbaar verschil

De badkamer in een Amsterdamse portiekflat uit de jaren 60 en die in een kooprijtjeshuis in Eindhoven of Almelo verschilden op kleine maar voelbare punten. In de huurwoning was alles strakker, smaller en strakker gestandaardiseerd: de aannemer koos de tegels, de kuip en de kranen, en de huurder accepteerde dat. In de koopwoning had de bewoner iets meer ruimte om eigen keuzes te maken, al betekende dat in de praktijk vooral: een andere kleur tegels of een eigen keuze voor het douchegordijn. Echte persoonlijkheid zat in de details.

Na 1969: de eerste tekenen van bruin en oranje

Wie in de late jaren 60 een nieuwe badkamer liet plaatsen, zag iets veranderen in de showrooms. De pasteltinten maakten langzaam plaats voor warmere, aardse kleuren. Bruin, terracotta, diep oranje. Het was het begin van de jaren 70 esthetiek die de pastelkleuren definitief zou verdringen. Voor wie opgroeide met die turquoise tegels voelde het als een merkwaardige verschuiving, alsof de vrolijke frivoliteit van de jaren 60 ingewisseld werd voor iets zwaarders. De jaren 60 badkamer was daarmee definitief verleden tijd.

Waarom de badkamer zo diep in het geheugen zit

Van alle ruimtes in het huis is de badkamer de meest intieme. Je was er elke ochtend, elke avond, in alle stadia van wakker worden en weer tot rust komen. De rituelen die je er uitvoerde, de geluiden van water en het geknars van de kraan, de weerspiegeling in die kleine spiegel, ze herhaalden zich honderden keren per jaar. Dat maakt ze tot herinneringen die niet snel vervagen. Als je nu een huis ziet waar iemand die oude turquoise tegels heeft verwijderd voor iets tijdlozer grijs, snap je het rationeel. Maar het voelt toch net even anders dan het weggooien van een oud bankstel. Want die tegels waren geen decoratie. Ze waren onderdeel van hoe je de dag begon.

De jaren 60 badkamer was compact, koel en opvallend kleurrijk. Turquoise en mintgroen op de tegels, een kuip die nooit goed warm bleef, en het douchegordijn als eerste bescheiden uiting van persoonlijke smaak. Geen luxe, maar wel een ruimte die veel mensen tot in detail voor zich kunnen zien. Wie er nog een heeft staan, intact en wel, bezit iets wat steeds zeldzamer wordt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *