Een gevlekte, genummerde menukaart van een Chinees restaurant uit de jaren negentig Een gevlekte, genummerde menukaart van een Chinees restaurant uit de jaren negentig

Eten bestellen vroeger: zo anders was een avondje pizza of chinees ophalen in de jaren 90

Ergens in een la, ergens in een huis, lag een stapeltje verkreukelde menukaarten van de plaatselijke pizzeria en het Chinese restaurant om de hoek. Niet voor dagelijks gebruik, maar voor die ene avond in de week waarop niemand zin had om te koken. Je pakte de kaart, bekeek het aanbod alsof je hem voor het eerst zag, en dan begon het eigenlijke werk: de telefoon pakken, het nummer draaien en hopen dat je de bestelling goed zou overkrijgen.

De menukaart die door de brievenbus viel

Je aanbod werd bepaald door wat er in de la lag. Punt. Had je drie menukaarten, dan had je drie opties. De pizzeria op de hoek deed trouw elke maand een nieuwe folder bezorgen, iets dikker papier dan de gemiddelde reclamedrukker, met foto’s die er net iets te warm en te geel uitzagen. De Chinese om de hoek had een gelaminieerd A4 met genummerde gerechten, waarvan de meeste nummers in de loop der jaren gewoon onleesbaar waren geworden. Geen Tripadvisor, geen Google Reviews, geen 847 beoordelingen met stervenswaardige opmerkingen over de bestellingstijd. Jij koos op basis van dat verfomfaaide velletje en de herinnering aan de laatste keer dat het lekker was.

Nieuwe restaurants ontdekte je eigenlijk alleen als er toevallig een folder op de mat viel, of als iemand op school er iets over zei. Dat was het algoritme van de jaren negentig.

Het ritueel van kiezen

Dan het kiezen zelf. Dat was geen individueel klusje. De menukaart lag op de keukentafel en iedereen boog er overheen. Vader wilde de babi pangang, moeder twijfelde tussen de foe yong hai en de nasi speciaal, en jij had natuurlijk al de hele week geweten wat je wilde, maar zei het nog even niet hardop zodat je het moment kon rekken. De prijzen stonden in guldens, netjes opgeschreven. Vijf gulden vijfenzeventig voor een bami goreng. Daar deed je wat mee.

Het overleg kon verrassend lang duren. Niet omdat het moeilijk was, maar omdat het onderdeel was van de avond. Je was er al een beetje mee bezig voor het eten er was.

Bellen: een sport apart

Dan pakte iemand de hoorn van de vaste telefoon. Niet altijd meteen succesvol. Een bezettoon was heel normaal, zeker op vrijdagavond tussen half zeven en zeven uur, want dan belden alle gezinnen tegelijk. Je legde op, wachtte even, probeerde het opnieuw. Soms drie of vier keer. Dat hield de spanning er lekker in.

Als de lijn eindelijk vrijkwam, moest je er klaar voor zijn. De bestelling doorspellen aan iemand die een pen vasthield aan de andere kant en het waarschijnlijk ook druk had. Hardop spellen was geen uitzondering. “Bami. Met een B. Nee, BAmi. Ja. En een loempia erbij.” Toch kon er van alles misgaan. Je kreeg soms een gericht met een nummer dat er net naast zat, of de saus was de verkeerde. Niet erg genoeg om boos over te zijn, maar net opvallend genoeg om er een familiegrap van te maken die jaren bleef hangen.

Hoelang duurt het?

De cruciale vraag aan het einde van het telefoongesprek. “Een uurtje ongeveer,” zei iemand aan de andere kant, en dat was het. Dat was je enige informatie. Geen track-and-trace, geen kaartje met een fietskoerier die door de straat navigeert, geen schatting tot op de minuut. Je wist: ergens tussen drie kwartier en anderhalf uur. En dat was eigenlijk prima. Je zette de televisie aan, je wachtte, en zodra de bel ging of je de auto hoorde aankomen, was de avond compleet.

Zelf ophalen: de kleine rit als onderdeel van het plezier

Veel vaker dan nu was zelf ophalen gewoon de norm. Bezorging bestond zeker, maar lang niet overal, en je moest er ook echt voor in aanmerking komen qua afstand. Dus reed vader of moeder naar de zaak, en als je geluk had mocht je mee. De wachtstoel bij de Chinees. Die plastic stoeltjes naast de toonbank, de geur van frituurvet en ketjap die al in de gang hing, het geluid van wokpannen op hoge vlam. Je keek naar de mensen achter de balie, je wachtte tot jouw naam werd geroepen, en dan pakte je de plastic tas aan alsof het een prijs was.

In de auto hield je die tas op schoot. Niet in de kofferbak, want dan koelde het af. En je rook het al de hele weg naar huis. Dat was bewuste marteling van de beste soort.

Betalen: altijd contant, fooi zelden

Er was geen pinautomaat aan de deur, er was geen tikje met je telefoon. Je haalde het geld van tevoren al uit je portemonnee, zorgde dat je het passend had of bijna passend, en gaf de man of vrouw aan de toonbank netjes het juiste bedrag. Wisselgeld verdween in de la bij de menukaarten. Fooi geven was niet echt een ding. Soms liet je het wisselgeld liggen als het klein was, maar het was geen verwachting en zeker geen sociale norm.

De vaste nummers die iedereen uit zijn hoofd kende

Het grappige is dat iedereen zijn favorieten kende op nummer. Niet op naam, maar op nummer. Bami 14. Nasi 12. Babi pangang altijd ergens in de twintig. Pizza margherita stond op elke kaart en heette altijd gewoon margherita. Die nummers zaten in je hoofd gebrand zoals andere mensen telefoonnummers onthielden. Ze waren anker en comfort tegelijk. Je hoefde niet lang na te denken, je wist wat je wilde, en dat gevoel van trouw aan je eigen bestelling gaf ook iets.

Waarom het allemaal groter voelde

Eten bestellen vroeger was omslachtig. Dat is eerlijk. Het koste moeite, er was frictie, er kon van alles misgaan. En toch voelde het als een traktatie van de eerste orde. Juist omdat het niet altijd kon, niet altijd lukte, en altijd iets vergde, maakte het de avond bijzonder. Je had er iets voor gedaan. Het was niet zomaar een keuze uit honderd restaurants met dezelfde bezorgtijd.

De verwachting bouwde zich op van het moment dat de menukaart tevoorschijn kwam tot het moment dat de tas openging op tafel. Dat traject, met al zijn kleine hobbels, was zelf een deel van het plezier.

Wat we nu hebben, en wat er ongemerkt verdwenen is

Nu open je een app, je ziet reviews, foto’s, bezorgtijden per minuut, en je betaalt zonder dat er een mens aan te pas komt. Dat is gemakkelijk, eerlijk is eerlijk. Je kunt om tien voor elf nog iets bestellen en een kwartier later staat het voor je deur. Dat bestaat nu eenmaal.

Maar het kleine avontuur, dat is weg. De menukaart met de gevlekte rand. Het bezet-zijn van de lijn. De rit naar de zaak met die warme tas op schoot. Het gevoel dat je iets verdiend had aan het einde van de week. Misschien was dat precies wat het eten zo lekker maakte.

Die la met menukaarten bestaat bijna nergens meer. Je bestelt nu met een paar tikken, ziet live waar je koerier rijdt en betaalt zonder contant geld. Sneller, makkelijker, maar ook een stuk gewoner. Het ritueel van vroeger, inclusief de ruis op de lijn en de verkeerde bestelling die je toch opat, is daar gewoon niet meer bij inbegrepen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *