Een verzameling kleine metalen speelgoedauto's van merken als Matchbox en Corgi, uitgestald op een houten ondergrond Een verzameling kleine metalen speelgoedauto's van merken als Matchbox en Corgi, uitgestald op een houten ondergrond

Automobieltjesverzamelingen van vroeger: Matchbox, Corgi en de la vol kleine auto’s die nooit de weg opkwamen

Je trekt de la open en er rolt meteen een Matchbox-autootje tegen je hand aan. Blauw, een beetje krom aan de voorkant, en het nummertje op de onderkant bijna weggeschuurd. Je weet nog precies waar je hem vandaan had. Die la vol kleine metalen auto’s, onder het bed of achter in de kast, is voor veel mensen een tijdcapsule die ze nooit bewust hebben dichtgedaan. Corgi, Matchbox, Majorette: merken die je als kind niet als merken zag, maar als gewoon de auto’s die erbij hoorden.

Drie merken, drie karakters

Wie als kind een la vol kleine auto’s had, kende het verschil feilloos. Matchbox was degelijk en betaalbaar, de auto waarmee je gewoon speelde zonder te snikken als er een krasje bij kwam. Hot Wheels was de showoff: felle kleuren, overdreven spoilers, wielen die zo snel draaiden dat het bijna oneerlijk voelde. En dan was er Corgi. Corgi was voor het kind dat zijn autootje omhooghield tegen het licht en gefascineerd keek of de deurtjes echt opengingen.

Je hoefde niet te kiezen, maar iedereen had toch een voorkeur. En die voorkeur bepaalde nogal wat op het schoolplein.

Matchbox: geboren in een sigarenkistje

Weinig mensen weten dat Matchbox in 1953 letterlijk begon met een sigarendoosje. Jack Odell, een Britse modelmaker, maakte een klein autootje voor zijn dochter dat precies in zo’n doosje paste, want op haar school mocht je alleen speelgoed meenemen dat in een luciferdoosje paste. Het idee sloeg aan, en voor je het wist verkochten Lesney Products ze bij de vleet.

De schaal was 1:64, wat betekende dat een gewone personenwagen zo’n zeven centimeter lang uitkwam. Klein genoeg voor een broekzak, zwaar genoeg om echt te voelen. Die combinatie bleef decennialang werken. De Series 1 tot 75 waren de ruggengraat van elke zichzelf respecterende collectie, en als je nummer 75 compleet had, was je serieus bezig.

Corgi en het kind dat alles wilde weten

Corgi-rijders waren een apart slag. Ze lazen de bodem van het autootje. Ze wisten wat een trekhak was en of er rubberen banden onder zaten. Ze openden het achterklep, het portier, de motorkap als dat kon, gewoon om te kijken. Corgi, opgericht in Wales in 1956, profileerde zich bewust als het merk met meer detail en meer functies dan de concurrentie.

De Corgi James Bond Aston Martin DB5 uit 1965 is legendarisch. Schietstoel ingebouwd, wapens achter de bumper, een verstelbare nummerplaat. Dat autootje was geen speelgoed meer, dat was een belevenis. Als je er als kind een had, was je ongenaakbaar. Als je er als volwassene een origineel exemplaar in goede staat mee hebt, praten we over serieus geld.

De la als sociaal systeem

Wie alleen aan de auto’s denkt, vergeet het belangrijkste: het ruilen. Op het schoolplein bestond een heel ecosysteem van deals, bluffers, eerlijke handelaren en die ene jongen die altijd beweerde dat zijn gewone Matchbox-vrachtwagen een zeldzame proefserie was.

De ongeschreven regels waren streng. Je ruilde nooit een autootje met beschadigde lak voor een gave. Drie saaie voor één gave, dat was de standaardkoers. En een Corgi met werkende deurtjes was de harde munt van het schoolplein, zeker als er net een nieuwe jongen was die niet wist wat dingen waard waren. Geen enkele leraar die dit systeem begreep, maar het werkte feilloos.

Wat maakte een autootje zeldzaam

Zeldzaamheid had in die la veel gezichten. Een kleurvariant die maar kort geproduceerd werd. Een verpakkingsfout waarbij het verkeerde model in een Matchbox-doosje belandde. Een model dat alleen in het Verenigd Koninkrijk of Japan werd uitgebracht en via een neef met connecties op de kop werd getikt.

Corgi en Matchbox brachten in de loop der jaren ook giftsets uit, sets van meerdere auto’s met thema, zoals bouwplaats, politie of racebaan. Die sets zijn nu moeilijker compleet te vinden dan de losse modellen, simpelweg omdat kinderen er mee speelden en er altijd wel één autootje bij de hond of achter de radiator belandde.

Drie decennia, drie smaken

Speelgoed vroeger veranderde flink per era. De jaren zeventig waren de tijd van zwaar metaal, stoere kleuren en autootjes die een klap aankosten. Ze werden regelmatig als projectiel gebruikt, wat verklaart waarom er zo weinig gave exemplaren over zijn.

De jaren tachtig brachten meer plastic onderdelen, meer licentiemodellen gebaseerd op tv-series en films, en een beetje van het ambachtelijke gevoel verdween. Maar ook de diversiteit groeide: opeens kon je een miniatuur van je favoriete auto uit Knight Rider hebben.

De jaren negentig markeerden de komst van de blisterkaart als standaardverpakking. Het was praktischer en beter voor verzamelaars, maar het maakte ook iets kapot. Een autootje in een blister open je niet zomaar even. Je bent ineens aan het bewaren in plaats van spelen. Dat is het moment waarop een kind een verzamelaar wordt.

Bewaren zonder te ruïneren

Stel je voor: je vindt een doos met twintig autootjes van vroeger op zolder. Wat doe je ermee? Het instinct is om ze meteen te poetsen, maar dat is precies wat je niet moet doen. Agressief schoonmaken haalt vervaagde lak er zo af, en dan is de waarde weg.

Roest op de bodemplaat is vervelend maar verwijderbaar met een zachte tandenborstel en een druppel olie, zonder te schuren. Wiegelende wieltjes laat je het liefst met rust, tenzij ze compleet loszitten. En bewaar ze droog, weg van direct zonlicht. Een kartonnen doos is beter dan een plastic bak, want plastic houdt vocht vast.

Wat een doos autootjes vandaag waard kan zijn

Veel mensen vinden nu hun kindercollectie terug, nu er verbouwd wordt, ouders verhuizen naar kleinere huizen of zolders eindelijk worden leegeruimd. En dan begint het rekenen.

Een gewone Matchbox uit de jaren tachtig in speelstaat levert op marktplaatsen doorgaans een paar euro op. Maar een gave Corgi in originele doos, een zeldzame kleurvariant of een complete giftset kan tientallen tot honderden euro’s opbrengen, soms meer. De Corgi James Bond Aston Martin in originele verpakking is al decennia een betrouwbare verzamelaarsitem.

De waarde zit in drie dingen: staat, originaliteit en zeldzaamheid. Dat zijn precies de drie dingen die kinderen niet bewaarden, omdat ze ermee speelden. Wat maakt ze nu zo dierbaar.

Bewaren of opnieuw beginnen

Er zijn twee soorten mensen die hun oude collectie terugvinden. De eerste wil de la intact houden precies zoals hij was, inclusief de krassen, de ontbrekende spiegels en het autootje dat ooit per ongeluk in de verf is beland. Dat is geen nalatigheid, dat is een tijdcapsule.

De tweede persoon grijpt de vondst aan als startpunt voor iets nieuws. Die begint rustig op te zoeken welke modellen hij als kind nooit te pakken kreeg, en koopt ze alsnog. Niet om te spelen. Gewoon om ze te hebben. Om de la completer te maken dan ooit.

Beide zijn volkomen begrijpelijk. Speelgoed vroeger was altijd al meer dan plastic en metaal. Het was tijd, en wie je toen was.

Of je de collectie nu uitsorteert, opruimt of gewoon terugstopt in die la: het zijn objecten die langer meegaan dan de meeste moderne speelgoed. Het metaal is steviger dan het eruitziet, en de nostalgie ook. Wie weet wat ze nog waard zijn, in geld of anderszins. Een kijkje op een verkoopsite leert je dat snel genoeg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *