Rij versleten jeugdboeken op een houten bibliotheekplank Rij versleten jeugdboeken op een houten bibliotheekplank

Anna Dobber en de wereld van de Nederlandse jeugdboeken: de serie die elke bibliotheek in de kast had staan

Stel je voor: je bent een jaar of acht, je mag zelf een boek kiezen in de schoolbibliotheek, en je oog valt op een smal ruggetje met vrolijke letters. Anna Dobber. Je hebt geen idee wie dat is, maar de cover ziet er uitnodigend uit en het boek is lekker dun. Een halfuur later ben je vergeten dat je eigenlijk naar huis moest. Als die naam bij jou ook zo’n herinnering losmaakt, lees dan verder.

De geur van die ene kast

Schoolbibliotheken waren een eigen universum. Niet de grote, deftige openbare bibliotheek in het centrum, maar die ene kamer naast het gymhok, of die hoek achter de klas met vier planken en een kartonnen uitleensysteem. Kinderen mochten er op vrijdagmiddag naartoe, en de stilte voelde anders dan in de klas. Vrijer. Je mocht zelf kiezen.

Op die planken stond altijd wel een rij Anna Dobber-boeken. Niet één, maar meerdere. Ze hadden al honderden handen door zich heen laten gaan, de kaft was versleten en op de rug stond soms een nummer geschreven in viltstift. Toch pakte je ze. Juist die versleten exemplaren beloofden iets: dit boek is door veel kinderen geliefd geweest. Dit moet goed zijn.

Wie was Anna Dobber eigenlijk?

Anna Dobber is een bedenksel van de Nederlandse schrijfster Netty van Kaathoven, die de reeks vanaf de jaren zeventig schreef voor een breed jongerenpubliek. Het personage Anna is een gewoon meisje, ergens van een jaar of tien, twaalf. Ze woont in een doorsnee straat, heeft vriendinnen die soms vervelend zijn, een moeder die druk is en een vader die af en toe een grapje maakt dat hij zelf het grappigst vindt.

Niets bijzonders, eigenlijk. En dat was precies de kracht. Anna was geen prinses, geen weeskind met een geheim verleden, geen kind met superkrachten. Ze was gewoon. Ze kon chagrijnig zijn, ze maakte fouten, ze twijfelde. Lezers herkenden haar onmiddellijk, want ze kenden haar al. Ze heette alleen niet Anna. Ze heetten zichzelf.

De versleten ruggen: welke titels het meest werden uitgeleend

Wie de Anna Dobber-reeks een beetje kent, weet dat sommige deeltjes altijd zoek waren als je ze zocht. Die waren bij iemand thuis blijven liggen, of ze lagen ergens in een rugzak. Dat zijn de titels die het meest werden doorgegeven, meegenomen op vakantie, stiekem gelezen met een zaklamp.

Wat die populairste deeltjes gemeen hadden: er stond altijd iets op het spel. Niet wereldredding of apocalypse, maar iets wat voor een kind van tien minstens zo groot voelt. Een misverstand dat maar niet wordt opgelost. Een vriendinnenruzie die dreigt te eindigen in een echte breuk. Een geheim dat je van iemand hebt gehoord en niet mag doorvertellen, maar het bijna niet houdt. Dat zijn de verhalen die je niet kunt neerleggen.

Anna Dobber in het grotere landschap van de Nederlandse jeugdliteratuur

Ze stond niet alleen op die plank. De Nederlandse jeugdliteratuur had in de decennia voor en na Anna Dobber een rijke traditie opgebouwd. Wie iets ouder was las Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt, een reeks die al in de jaren twintig begon en nog decennialang werd herdrukt. Wie iets jonger was pakte De Griezelbus van Paul van Loon, of Minoes van Annie M.G. Schmidt, dat eeuwige, wonderlijke boek over een vrouw die half kat is.

Anna Dobber paste in dat rijtje zonder er bovenuit te stijgen of eronder te zakken. Ze was de alledaagse buurvrouw van de Nederlandse jeugdboekenkast. Niet de meest opvallende, maar de meest betrouwbare. Je wist wat je kreeg: een goed verhaal, een herkenbare wereld, en het gevoel dat je na de laatste bladzijde iets had meegemaakt.

Dat maakt het anna dobber verleden ook zo interessant om nu op terug te kijken. De reeks is een spiegel van een tijdperk. Een tijdperk waarin Nederland kleiner was, overzichtelijker leek, en kinderlevens in verhalen nog grotendeels plaatsvonden op straat, op school en bij mensen thuis.

Het recept van een generatiebestendig jeugdboek

Wat maakt een jeugdboek zo goed dat een heel klaslokaal erover praat? Het is zelden spectaculair. De beste jeugdboeken combineren drie dingen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben: herkenbare alledaagsheid, net genoeg spanning om je nieuwsgierig te houden, en een hoofdpersoon die niet perfect is.

Anna Dobber had dat alledrie. Ze woonde ergens waar jij ook zou kunnen wonen. Ze had problemen die geen ramp waren maar wel voelden als een ramp. En ze deed dingen waar je als lezer bij dacht: dat had ik ook gedaan. Of: dat had ik beter niet gedaan. Die kleine morele schokjes, zonder moralistisch vingertje, zijn precies wat kinderen bijblijft.

Wat die verhalen onbewust meegaven

Hier wordt het interessant, en misschien een beetje ongemakkelijk. Want als je de Anna Dobber-boeken nu herleest, zie je ook een beeld van Nederland dat zowel vertrouwd als gedateerd aanvoelt. De rollen in gezinnen zijn duidelijk, de buurt is wit, de problemen zijn klein en oplosbaar. Er zijn weinig kinderen in die verhalen die buiten het gemiddelde vallen.

Dat zegt iets over de tijd. Niet over de kwaliteit van de boeken zelf, maar over de wereld die ze weerspiegelden. En toch: de humor klopte, de vriendschappen klopten, en de manier waarop Anna met teleurstellingen omging leerde lezers iets wat eigenlijk tijdloos is. Dat dingen soms gewoon moeilijk zijn, en dat je er toch doorheen komt.

Waarom we ons juist die titels herinneren

Geheugen werkt niet eerlijk. We herinneren ons niet de beste boeken, maar de boeken die we lazen op het juiste moment. Het eerste boek dat je zelf koos. Het eerste boek dat je in één adem uitlas, in de trein naar oma of op een regenachtige woensdagmiddag. Het boek dat lag op het tafeltje naast je bed en ’s avonds nog even open mocht.

Voor veel mensen is dat een Anna Dobber-boek. Niet per se het meest literaire jeugdboek van zijn generatie, maar het boek dat op het goede moment op de goede plank stond. En dat is meer waard dan welke literaire prijs ook.

Jouw Anna Dobber-moment

Misschien heb je al jaren niet meer aan Anna Dobber gedacht. Of misschien staat er nog ergens een oud exemplaar bij je ouders thuis, met jouw naam erin geschreven in de vreemde, grote letters van een kind van negen. Pak het eens op. Lees de eerste bladzijde. De kans is groot dat je vergeet dat je al volwassen bent.

En heb je een kind in de buurt dat net begint te lezen, iemand die toe is aan een eerste echt boek? Geef ze dit. Niet met uitleg, niet met de mededeling dat het klassiek is of goed voor ze. Leg het gewoon neer. De rest regelt het boek zelf.

Anna Dobber was geen literaire zwaargewicht en dat was precies de kracht van de serie. De boeken waren toegankelijk, haalbaar en aanwezig op de plek waar kinderen ze vanzelf tegenkwamen: de schoolbibliotheek. Voor veel lezers was dit de eerste serie waarbij ze het ene deel na het andere pakten. Dat is wat goede jeugdboeken doen, en waarom het de moeite waard is om ze te blijven kennen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *