Een oude computer met cd-rom-lade open naast een stapel encyclopedieën uit de jaren negentig Een oude computer met cd-rom-lade open naast een stapel encyclopedieën uit de jaren negentig

Encarta op cd-rom: hoe één schijfje de papieren encyclopedie van de boekenkast verdreef

Je vader had net de nieuwe computer aangesloten en jij mocht als eerste de Encarta-cd in de lade schuiven. Niet om een schoolwerkstuk te maken, gewoon om te kijken. Je klikte op een willekeurig artikel, dan op een link, dan op een foto met geluid, en voor je het wist was er een uur voorbij. De dikke encyclopediedelen op de onderste boekenplank werden die middag al een beetje minder belangrijk.

Het geluid dat alles veranderde

Wie de Encarta cd-rom jaren 90 bewust heeft meegemaakt, hoeft maar even zijn ogen te sluiten en het is er weer. Het schurende geluid van de cd-lade. Het lage gesnor van een computer die zijn best deed. En dan dat opstartscherm: een globe die langzaam ronddraaide, gevolgd door een fanfare die klinkt als een nieuwsprogramma dat zichzelf heel erg serieus neemt. Voor een basisschoolleerling in Eindhoven of Groningen was dit een bijna filmische ervaring. Je was niet bezig met huiswerk. Je ging kennis verwerven.

Die paar seconden spanning, voordat het menu verscheen, zijn eigenlijk de kern van wat Encarta zo bijzonder maakte. Informatie opzoeken had ineens een ritueel, een aanloopje, een verwachting. Dat was nieuw. Dat was opwindend.

De boekenkast als statussymbool

Om te begrijpen waarom dat schijfje zo hard insloeg, moet je even terug naar de woonkamers van de jaren tachtig. In heel wat Nederlandse gezinnen stond er een boekenkast met de Winkler Prins of de Grote Spectrum Encyclopedie, keurig in een rijtje, vaak in een bijpassende kleur met goudkleurige letters op de rug. Die banden kostten destijds honderden guldens, soms richting de duizend. Ouders betaalden dat bedrag met de stille overtuiging dat kennis in huis hebben goed was voor de kinderen.

Maar eerlijk is eerlijk: die banden werden vooral bewonderd. Je sloeg er weleens iets in op als het echt niet anders kon, maar het dunne papier, de kleine lettertjes en het ontbreken van een index die echt werkte, maakten het eerder een feestelijk obstakel dan een handig naslagwerk. Ze stonden er. Ze zagen er geleerd uit. En de illustraties waren in zwart-wit, want kleur was duur.

Een schijfje verslaat twaalf banden

En toen was er Encarta op één cd-rom een schijfje dat je met één hand kon vasthouden, stond letterlijk alles wat die zware boekenkast ook bevatte, en meer. Maar het was niet alleen de hoeveelheid informatie die indruk maakte. Het was wat Encarta kon wat de papieren encyclopedie fysiek onmogelijk kon doen.

De stem die ‘pterodactylus’ uitsprak, zodat je eindelijk wist hoe je dat woord moest zeggen. De kaarten waarop je kon inzoomen, van heel Europa tot een specifieke provincie. De flikkerende videoclipjes van dieren in beweging, een tijger die sprong, een kolibrie die hing. Het klonk als sciencefiction maar het was gewoon een dinsdagmiddag in de huiskamer in Haarlem.

Dat zoekballetje bovenaan was ook een openbaring. Geen index, geen alfabet zoeken, gewoon typen. ‘Napoleon’. ‘Kilimanjaro’. ‘Atoomkern’. En dan: resultaat. Onmiddellijk. Relatief.

Het schoolwerkstuk als ritueel

Hier begint het iets minder onschuldige deel van het verhaal. Want Encarta had nog een functie die de makers misschien niet helemaal hadden voorzien: het was de ideale leverancier voor schoolwerkstukken. De route was vast. Zoekbalk, artikel, selecteren, Ctrl+C, Word in, Ctrl+V, lettertype aanpassen zodat het er wat meer naar uitkwam. Klaar.

Leraren keken er destijds van op hoe vloeiend sommige achtenjarigen ineens konden schrijven over de leefwijze van de Azteken. Encarta schiep de eerste grote generatie die kopieerde zonder te beseffen dat het kopiëren was. Het voelde als samenvatten. Het voelde als onderzoek doen. En in zekere zin was het dat ook, want je moest nog steeds weten wat je zocht.

Wat er wél ontbrak

Nostalgie verdient eerlijkheid. Encarta had ook zijn grenzen, en die waren soms behoorlijk zichtbaar. De Nederlandse versie was dunner dan de Engelse, mager zelfs op sommige onderwerpen die dichter bij huis lagen. Een 2x-cd-rom-speler (en die had lang niet iedereen) kon halverwege een zin gewoon stoppen met laden, waarna je wachtte, wachtte, en dan toch maar de cd-lade opendeed en er een keer over blies, zoals bij een spelcassette.

Sommige onderwerpen bestonden simpelweg niet in de database. Kleinere landen, regionale geschiedenis, recente gebeurtenissen: Encarta was een momentopname, vastgezet in het jaar van uitgave. Er stonden landen op de kaart die intussen anders heetten of gesplitst waren. En wie iets zocht over zijn eigen dorp of de lokale voetbalclub, kon snel inpakken.

En toch. Die beperkingen zijn precies wat het zo memorabel maakt.

De avond dat de Winkler Prins wegging

In heel veel Nederlandse huishoudens speelde zich ergens in de late jaren negentig of vroege jaren nul een stille scène af. De boekenkast werd leeggehaald. De encyclopediebanden, al die kilo’s papier en trots, gingen in dozen. Richting de kringloopwinkel, een kennis die ze graag wilde hebben, of gewoon naar de container.

Ouders die destijds honderden guldens hadden neergeteld voor die banden, namen er op een merkwaardige manier afscheid van. Niet met woede, niet met opluchting. Eerder met een licht schuldgevoel, zoals wanneer je een dier weggeeft dat je altijd trouw is gebleven maar waarmee je eigenlijk nooit echt iets hebt gedaan. De Winkler Prins had altijd zijn best gedaan. Hij was er altijd geweest. Maar Encarta had hem ingehaald zonder zelfs maar moeite te doen.

Encarta als tijdcapsule

Kijk je nu terug naar die Encarta-schijven, dan zijn ze iets bijzonders geworden: een tijdcapsule van wat ‘kennis’ in 1995 betekende. Welke feiten als vaststaand golden. Welke landen er op de kaart stonden, en welke namen ze droegen. Welke stemmen bepaalden wat de moeite waard was om te weten.

Het was voornamelijk een westers, Engelstalig perspectief op de wereld, netjes ingepakt in een glossy interface. Dat was toen niet bijzonder opgemerkt, want het was gewoon hoe encyclopedieën werkten. Nu valt het op. En dat maakt Encarta interessant als spiegel van zijn tijd, niet alleen als product.

Waarom we Encarta missen op een manier waarop we Wikipedia nooit zullen missen

Wikipedia weet alles. Meer dan Encarta ooit wist, sneller bijgewerkt, in tientallen talen. En toch: niemand voelt nostalgische warmte bij het openen van een Wikipedia-pagina. Er is geen fanfare. Geen globe die ronddraait. Geen moment waarop je wacht en denkt: zo, nu gaat er iets gebeuren.

Encarta had iets kostbaars, en dat was paradoxaal genoeg zijn beperking. Eén schijfje. Een vaste hoeveelheid kennis. Een interface die aanvoelde als een bestemming, niet als een doorklikpunt. Informatie opzoeken was een kleine belevenis, iets dat je deed met twee handen en een beetje geduld.

Die ervaring is weg. En dat is prima, want Wikipedia is objectief beter. Maar dat we er geen moment bij stilstaan als we het openen, zegt misschien iets. Kennis is overal en nergens meer. Encarta was ergens. Op die ene lade, in die ene computer, op die ene middag.

Encarta was geen perfecte encyclopedie, maar het veranderde wel hoe een generatie voor het eerst met informatie omging: niet opzoeken omdat het moest, maar ronddwalen omdat het kon. Dat gevoel werd later door het hele internet overgenomen, alleen zonder de fanfare.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *