Een kroket kostte in de jaren zeventig ergens tussen de vijfentwintig en vijftig cent, afhankelijk van de snackbar en het merk. Dat klinkt goedkoop, maar voor een schoolkind met een dubbeltje zakgeld was het een echte afweging. Kroket, frikandel of toch maar een zak patat? En dan had je ook nog de raadselachtige items op het krijtbord die niemand durfde te bestellen omdat niemand precies wist wat erin zat.
Het frituurmenu van de jaren zeventig, tachtig en negentig zegt meer over Nederland dan je op het eerste gezicht zou denken. Wat er op dat krijtbord stond, en voor welke prijs, weerspiegelt precies hoe het land at, wat het kon uitgeven en welke smaken er mode waren. Dit artikel zet het op een rij.
Het krijtbord als spiegel van zijn tijd
De snackbar was in de jaren zeventig, tachtig en negentig geen plek om lang te blijven. Je bestelde, je wachtte, je at staand of onderweg. Maar het krijtbord boven de frituur was wel degelijk een document. Een document van wat Nederlanders lekker vonden, wat ze konden betalen en wat de voedingsindustrie had uitgevonden. Per decennium verschoof dat bord net iets. Soms een nieuw product, soms een nieuwe saus, soms een prijs die omhoogkroop zonder dat iemand het hardop zei.
De jaren 70: het vaste ritueel
In de jaren zeventig was het aanbod klein en onwrikbaar. Dat was geen tekortkoming, dat was de standaard. Een kroket kostte ergens rond de 35 cent. Een frikandel iets minder. De bamischijf was er, de kaassoufflé was er, en de loempia stond er met een zekere trots bij als exotisch hoogtepunt. Verder was er de gehaktbal, soms een kibbeling als de zaak aan de kust lag, en altijd friet.
De hiërarchie was duidelijk. Kroket was degelijk, voor volwassenen. Frikandel was voor de jeugd. Bamischijf was avontuur, maar dan het soort avontuur dat je thuis ook kende uit de diepvries. En satésaus? Die bestond wel, maar hoorde bij de toko, niet bij de snackbar.
Wat er niet op stond, is minstens zo veelzeggend. Geen kipnuggets, geen wraps, geen shawarma. Geen opties, eigenlijk. Je koos uit wat er was, en wat er was, was genoeg. De maaltijdbox bestond niet. Het idee dat een snackbar een ‘concept’ had, bestond niet.
Guldens in perspectief: wat kostte het eigenlijk?
Een bezoek aan de snackbar in 1978 met een kroket, een portie friet en een blikje cola uit de koelkast kostte je ruwweg 1,50 tot 2 gulden. Voor een kind met zakgeld was dat een serieuze investering. Voor een vader die de kroket haalde op vrijdagavond, was het een kleine weelde die paste in het huishoudboekje.
| Product | Circa 1978 | Circa 1987 | Circa 1995 |
|---|---|---|---|
| Kroket | 0,35 gld | 0,75 gld | 1,10 gld |
| Frikandel | 0,30 gld | 0,65 gld | 1,00 gld |
| Loempia | 0,45 gld | 0,90 gld | 1,25 gld |
| Portie friet | 0,60 gld | 1,25 gld | 1,75 gld |
Deze bedragen zijn benaderingen op basis van wat er uit die tijd is overgeleverd in advertenties en tijdschriften. Maar de verhoudingen kloppen: alles verdubbelde of bijna verdubbelde per decade, en toch voelde het betaalbaar. Dat is de magie van inflatie die je als kind niet begrijpt maar als volwassene pijnlijk herkent.
De jaren 80: het krijtbord krijgt concurrentie van zichzelf
Het frituurmenu in de jaren 80 in Nederland begon te groeien, maar niet wild. Het was gecontroleerde groei, alsof de snackbareigenaar zelf ook nog moest wennen aan het idee dat er meer dan acht dingen op het bord konden staan.
De grote toevoeging was ‘speciaal’. Frikandel speciaal, kroket speciaal: met mayonaise, uitjes en sambal of curry. Dat ‘speciaal’ was een kleine revolutie. Opeens was er een keuze binnen de keuze. En die keuze zei iets over wie je was. De frikandel zonder was voor wie het simpel wilde houden. De frikandel speciaal was voor wie leefde.
Daarnaast verscheen de fricandeau wat prominenter op het bord. Niet iedereen wist wat het was, en dat was niet erg, want het was ook niet voor iedereen. Het was een geperst stuk vlees, gebakken in het vet, voor de kenner. De satésaus deed ook zijn intrede aan de frituurkant, aanvankelijk bescheiden, later als vanzelfsprekendheid.
Frikandel speciaal als symbool van een decennium
Er zijn weinig culinaire uitvindingen die zo sterk verbonden zijn met een tijdperk als de frikandel speciaal. De combinatie van mayo, gesnipperde ui en een druk uit de ketchupfles was niet uitgevonden om indruk te maken. Maar hij maakte indruk. Hij werd het favoriete ritueel van voetbalclubkantines, schooluitjes en bouwvakkers op vrijdag.
Wat de frikandel speciaal goed doet aan nostalgie, is de precisie van de herinnering. Niet ‘ik at iets lekkers’. Maar: het was die specifieke combinatie, van die zaak op de hoek, met die ijzeren bakje eronder. Geuren en structuren die je decennia later nog kunt ophalen.
De jaren 90: het bord raakt vol
In de jaren negentig veranderde de snackbar langzaam van een vaste instelling in een plek die mee moest doen. De kipnugget deed zijn intrede, meegesleurd op de golven van fastfoodketens die Nederland inmiddels goed kende. De grillworst verscheen. Sommige zaken begonnen dürüm te verkopen, anderen experimenteerden met een ‘Mexicaanse wrap’ die qua naam ambitieuzer was dan qua inhoud.
Het krijtbord raakte voller. Meer keuze, meer sauzen, soms een apart bord voor de ‘snacks van de week’. De vaste hiërarchie van de jaren zeventig begon te wankelen. En ergens in die overcompleetheid zit precies de reden waarom mensen terugverlangen naar het eenvoudige bord van vroeger.
De vergeten snacks
Er zijn producten die ooit op bijna elk krijtbord stonden en nu vrijwel verdwenen zijn. De nasibal, broer van de bamischijf maar ronder en compacter. De mexicano, een soort gekruide worst die in de jaren tachtig op zijn hoogtepunt was. De berenburg-kroket, regionaal maar geliefd. En de gehaktbal: niet de frikandel, niet de kroket, maar gewoon een ronde bal van gehakt, gefrituurd, die in de jaren zeventig heel gewoon was en nu een rariteit is.
Deze producten verdwenen niet omdat ze slecht waren. Ze verdwenen omdat er meer kwamen, omdat de industrie andere keuzes maakte, omdat de smaak van een generatie die er niet mee opgroeide ze niet miste. Zo werkt nostalgie: je rouwt niet om wat je kent, maar om wat je ooit kende en langzaam vergat.
Waarom die starheid nostalgie oproept
Het klinkt misschien vreemd, maar juist het feit dat het menu amper veranderde, jaar na jaar, is wat de snackbar van vroeger zo’n sterke plek in de herinnering geeft. Je wist wat je kreeg. Je wist wat het kostte, ongeveer. Je hoefde niet te kiezen uit dertig sauzen of drie formaten. Het krijtbord was betrouwbaar op een manier die weinig dingen in het leven waren.
En dat is, als je er goed over nadenkt, precies wat nostalgie is: de herinnering aan een tijd dat de wereld klein genoeg was om te begrijpen. Zelfs als die wereld bestond uit acht snacks en een portie friet met mayo.
Het frituurmenu van vroeger was geen culinair hoogstandje, maar het was wel eerlijk. Je wist wat je kreeg, je wist wat het kostte en de eigenaar schreef het zelf op het bord. De prijzen zijn inmiddels een veelvoud hoger, het aanbod is groter en de snackbar heeft concurrentie gekregen van alles wat er nu tussen zit. Maar de kroket staat er nog steeds op. Dat zegt genoeg.