Een rode transistorradio op een houten campingtafel in de zomer Een rode transistorradio op een houten campingtafel in de zomer

De transistorradio als vakantiemiddelpunt: hoe het gezin vroeger rond één apparaatje samenkwam

Op een camping in Zeeland of de Ardennen tentdoek nog vochtig van de nacht, rook naar gras en zonnebrandolie: op de klapstoel naast de picknicktafel lag hij. De transistorradio. Rood of zwart, chromen schuifantenne, een leren draagriempje dat al halverwege de vakantie losraakte. En de vraag die vroeg of laat onvermijdelijk klonk: wie mag hem afstemmen?

Meer dan een apparaatje

De transistorradio was vroeger op vakantie geen achtergrondgeluid. Hij was het middelpunt. Niet omdat hij zo goed klonk, want dat deed hij bepaald niet. Het geluid was dun, de bas was nonexistent en bij elke windvlaag kraakte de ontvangst. Maar juist daardoor trok hij iedereen naar zich toe. Je moest er wel omheen gaan zitten om iets te verstaan.

Thuis stond de radio op zijn vaste plek in de keuken of de woonkamer, ingebouwd in een groter geheel, onderdeel van het meubilair. Op vakantie was hij iets anders geworden: een meegenomen statussymbool, een teken van moderniteit, een apparaatje dat tegelijk macht en gezelligheid uitstraalde. Wie de transistorradio bij had, had iets. En wie hem mocht bedienen, had nog meer.

De hiërarchie van de afstemknop

Vader draaide als eerste aan de knop. Dat was zo’n beetje vanzelfsprekend. Hij zocht het nieuws, want het nieuws was belangrijk. Op Radio 1 of wat de voorloper daarvan ook heette, klonk een stem die verkondigde dat ergens ter wereld iets gebeurde waar je op vakantie eigenlijk niets mee te maken had. Vijf minuten. Misschien tien. En daarna: onderhandeling.

Moeder had haar eigen kandidaat. De Nederlandstalige hits op Hilversum 3, of wat er in die buurt zat. Will Tura, later Vader Abraham, en op goede dagen iets van Toon Hermans. Ze verdedigde haar keuze met de rust van iemand die de vakantie geregeld had, de koffers gepakt had en de boterhammen gesmeerd had. Die autoriteit telde.

De kinderen wilden Radio Luxemburg. Of Radio Veronica, als de ontvangst het toeliet. Of het TROS Muziekcafé. Iets met een herkenbare jingle, iets met een stem die enthousiaster klonk dan een nieuwslezer. Ze kregen het zelden meteen, maar soms, ergens halverwege de middag als de ouders in hun klapstoelen lagen te soezen, schoof er een kleine hand naar de afstemknop.

Het ritueel van de ruis

Het zoeken naar een zender was zelf een bezigheid. Je draaide langzaam, voorzichtig, en luisterde naar de overgang van ruis naar signaal. Een flard muziek. Iets dat Duits klonk. Dan weer ruis. Iets Franstalijgs. Meer ruis. En dan, plotseling, helder en dichtbij: een bekende stem of een nummer dat je thuis ook al gehoord had.

Niemand werd er echt ongeduldig van. Dat is misschien het vreemdste als je er nu op terugkijkt. De ruis zelf was een soort gedeeld moment. Iedereen hield op met praten, iedereen luisterde mee in de verwachting van wat er door de statische krakeling heen zou komen. Het was collectieve concentratie op een piepend apparaatje op een campingtafel.

Drie zenders als bindingskracht

Er was niet veel te kiezen. Dat klinkt als een nadeel, maar het was eigenlijk een onverwachte luxe. Als er maar drie of vier zenders zijn die fatsoenlijk te ontvangen zijn, dan bespreek je wat je hoort. Je hebt een gezamenlijk referentiekader. De Top 40 op zaterdagochtend was een evenement, niet een van de duizend afspeellijsten die je kunt kiezen. Iedereen luisterde naar dezelfde nummers en iedereen had een mening over de stand.

Een vakantieweek kreeg zo zijn eigen soundtrack. Het nummer dat op nummer één stond toen jullie aankwamen. Het liedje dat om half tien ’s ochtends altijd leek te draaien als de camping langzaam wakker werd. Decennia later hoor je zo’n nummer en je ruikt meteen zonnebrandolie en gras, je ziet het dampende tentdoek weer voor je. Geen streaming-algoritme ter wereld kan dat reproduceren.

De batterijdrama’s

Dan waren er de batterijen. De transistorradio vroeger op vakantie had altijd een batterijprobleem. Het begon subtiel: het geluid werd iets vlakker, de bas (die er al nauwelijks was) verdween helemaal, en de stemmen kregen een loom, vertraagd karakter. Iedereen hoorde het, niemand zei er iets van, alsof uitspreken het zou versnellen.

De echte crisis kwam altijd op het slechtst mogelijke moment. Halverwege het weerbericht op zondagmiddag, net als de presentator het gebied noemde waar jullie zaten. Of tijdens de aftelling van de Top 40. Dan stierf hij. Zomaar. De stilte erna was een bijzondere stilte, vol van wat er net gemist was.

Nieuwe batterijen halen was een missie. In de campingwinkel kostten ze het drievoudige van wat ze thuis kostten, en vader mopperde erover op een manier die duidelijk maakte dat hij ze toch zou kopen. Want zonder radio was de camping stiller dan de camping hoorde te zijn.

Samen luisteren als kunst

Er waren ook radiotoneelstukken, hoorspelen, en praatprogramma’s die je samen volgde omdat er verder niets was. De kinderen luisterden niet omdat ze het zo interessant vonden, maar omdat iedereen luisterde. En soms ving je iets op dat bleef hangen. Een grap. Een fragment van een verhaal. Een stem die je later nog herkende.

Collectief luisteren is een vaardigheid die bijna verdwenen is. Je hoefde het vroeger niet te leren, het was gewoon zo. Eén apparaat, meerdere mensen, dezelfde input. Discussie daarna was gratis bijgeleverd.

Wat er nu anders is

Dit is geen aanklacht tegen oordopjes of telefoons. Maar het contrast is er wel. Als iedereen in het gezin zijn eigen afstemknop in zijn oor heeft, verdwijnt de ruzie over de zender. En die ruzie was eigenlijk het beste deel. Niet de ruzie zelf, maar wat hij vertegenwoordigde: dat je met elkaar in gesprek moest over wat je wilde horen. Dat je soms toegaf. Dat je soms won. Dat je halverwege een nummer dat je eigenlijk niet wilde luisteren merkte dat het toch best meeviel.

De transistorradio was een onbedoelde gezinsdirigent. Eén knopje draaien zei meer over wie er op dat moment de baas was, wie een goed humeur had, en hoe de vakantie er eigenlijk voor stond dan enig bewust gesprek had kunnen onthullen. Dat piepende apparaatje op de campingtafel had een dubbele functie, en de tweede functie wist hij zelf ook niet.

De transistorradio was op vakantie nooit alleen een ontvangstapparaat. Hij bepaalde wie het voor het zeggen had aan de picknicktafel, leverde het geluid bij herinneringen die tientallen jaren later nog scherp zijn, en zorgde gegarandeerd voor gedoe als de batterijen leeg waren op het verkeerde moment. Die ruis, die draaiknop, dat geruzie: het was allemaal onderdeel van hetzelfde ritme.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *