Nostalgisch interieur van een ouderwetse Nederlandse warenhuis met lage rekken vol huishoudartikelen Nostalgisch interieur van een ouderwetse Nederlandse warenhuis met lage rekken vol huishoudartikelen

Een nostalgische rondleiding door de HEMA van vroeger: van textielgeur tot tompoucen

Je rook het al voordat je naar binnen ging. Nog even de zware deur open, en dan die golf: textiel, plastic, een vleug frituurvet en ergens op de achtergrond een zeeplucht die nergens anders vandaan kon komen dan de HEMA. Als kind wist je meteen: dit is goed. Dit is vertrouwd. Dit is een middag die ergens toe leidt, waarschijnlijk naar een tompouce.

De geur die je nooit vergeet

Er is geen parfumeur ter wereld die de lucht van HEMA vroeger zou kunnen nabootsen, maar iedereen die er als kind doorheen liep, herkent hem direct zodra je hem omschrijft. Het was een mengeling die op papier niet klopte: katoen en nylon, een zweem verbrand plastic van de kassa, de vettige warmte van de snackbar achter in de zaak, en dan nog die onbestemde zeeplucht van de huishoudafdeling. Samen vormden ze iets dat je hersenen direct catalogiseerden als veilig en vertrouwd. Geuren zijn hardnekkige herinneringen, en de HEMA-geur is er een van de meest persistente.

De entree als belofte

De draaideur, of in sommige vestigingen de zware zwaaideuren met het rode HEMA-logo, was al een ceremonie op zich. Je duwde, er klonk een lichte weerstand, en dan stond je ineens in een andere wereld. Geen felle spots of strakke stellingen, maar een waaier van schappen zo ver het oog reikte, allemaal iets te vol, allemaal iets te laag. De winkelwagen met het piepende wiel en het rode logo op de stang was optioneel voor een gezin met een lijstje, maar als kind liep je toch liever los. Alles was immers op ooghoogte van iemand die net een meter vijftig was.

Huishoudartikelen: chaos als comfort

De lage houten tafeltjes vol glazen, theelichten, WC-borstels en plastic teiltjes zagen eruit alsof iemand met gevoel voor logica een aardverschuiving had georganiseerd. Maar dat was juist het punt. De HEMA van vroeger voelde nooit tuttig of opgeruimd aan op een manier die je op afstand hield. Je mocht erin graaien. Een pak kaarsen naast een set schroeven naast een citroenpers: het klopte niet, en toch klopte het volledig. Elk gezin had wel een la vol HEMA-spullen die op die manier waren beland.

De textielafdeling: augustus in één afdeling

Voor veel kinderen in de jaren tachtig en negentig betekende augustus twee dingen: het einde van de zomervakantie naderen, en een middag naar de HEMA voor schoolkleding. Stapels schoolonderbroeken in cellofaan, witte gymschoenen met een velcrobandje, grijze sokken per drie. En dan de blauwe stofjas voor de kleuterklas, die je moest passen terwijl je moeder de maat controleerde door twee vingers in de kraag te steken. Er hing een mengeling van pragmatisme en ritueel over die afdeling die iets weg had van een kerkbezoek, maar dan met merkkleding die drie wasbeurten overleefde en daarna voor altijd de maat hield.

Het schoolspullenhoekje achterin

Ergens achter in de winkel, altijd een beetje verborgen alsof het een beloning was voor wie ver genoeg liep, lag het schoolspullenhoekje. Gummen in de vorm van ijsjes, Pentel-stiften in een doorzichtig bakje, lijntjeschriften met een lichtblauwe kaft. En de pennenzak. Voor een jaar of vijf gulden kon je een pennenzak kopen die eruitzag alsof hij gemaakt was voor iemand die heel serieus met potloden omging. De opwinding was bijna fysiek. Nieuwe schoolspullen hadden die magie van een schone lei, en de HEMA leverde die lei jaarlijks.

De geruite verpakkingen als herkenningsteken

Wat de HEMA van vroeger zo bijzonder maakte, was dat alles op elkaar leek. De geruite verpakkingen in rood en wit, de strakke letters, het gevoel dat één ontwerper over alles had nagedacht van de hagelslag tot de scheerzeep. Dat gaf een merkwaardig vertrouwen: als het in die doos zat, wist je wat je kreeg. Geen hoge verwachtingen, maar ook nooit teleurstelling. Dat is een prestatie die veel duurder merken niet eens benaderen.

Het restaurantje: de echte bestemming

Maar laten we eerlijk zijn. Voor veel kinderen was het restaurantje de eigenlijke reden waarom een middag HEMA goed voelde. De rij bij de balie, de dienbladen met oranje rand, het beslaan van de ruit achter de vitrine waar de rookworst lag te dampen. Een broodje rookworst met mosterd was het gerecht van iemand die wist wat hij wilde. En dan de tompouce, dat architectonisch wonder van banketbakkersroom glazuur in roze of geel, en een bodem die altijd precies op het verkeerde moment doorbrak. Niemand at een tompouce netjes op. Dat hoorde erbij.

De geluiden die je bijna vergeten was

De HEMA klonk ook ergens naar. De ouderwetse kassa met het mechanische gekletter, het zachte omroepsysteem dat een medewerker naar een afdeling riep op een toon die suggereerde dat er geen haast was, het geroezemoes van een winkel die vol mensen stond maar nooit chaotisch aanvoelde. In moderne winkels is het soms zo stil dat je je eigen voetstappen hoort. Dat stilte is functioneel en efficiënt, maar het mist iets dat je niet goed kunt benoemen totdat je terugdenkt aan hoe het klonk.

Wat verdween, wat bleef

De HEMA van nu heeft nog steeds rookworst en tompoucen, en dat is geen klein iets. Maar de lage tafeltjes vol spullen zijn vervangen door strakke stellingen, de textielafdeling is kleiner geworden, en het restaurantje heeft in veel filialen een andere vorm gekregen. Dat is geen verwijt aan nu, want winkels passen zich aan. Maar sommige dingen gingen met de verbouwingen mee die moeilijk te vervangen zijn: de gewillige chaos, de rommelige overvloed, het gevoel dat je hier alles kon vinden als je maar lang genoeg zocht.

Waarom die herinnering zo sterk is

Nostalgie naar HEMA vroeger is eigenlijk nostalgie naar een bepaald tempo. Een middag winkelen was toen ook samenkomen, ronddwalen, een broodje eten aan een tafeltje en niet haast hebben. De HEMA was geen bestemming voor een specifiek product, maar een plek waar je even bleef. Dat gevoel, dat je ergens binnenliep zonder precies te weten wat je zocht en toch met volle handen vertrok, is iets dat de geur, de geluiden en de tompouce allemaal samen probeerden vast te houden. En voor wie er als kind doorheen liep: het is ze aardig gelukt.

De HEMA van vroeger was geen bijzondere winkel, maar voelde wel zo. De geur, de rookworst, de tompouce en dat specifieke geluid van winkelwagentjes op linoleum: voor veel mensen zijn dat geen details maar ankers. Of die beleving nog ergens te vinden is, verschilt per vestiging. Maar de rookworst ruikt nog steeds hetzelfde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *