Je stond voor die vriezerkist bij de supermarkt, het deksel half opgetild, koude lucht in je gezicht, en je wist al voordat je goed keek welk ijsje je wilde. Waarschijnlijk hetzelfde als vorige week, en de week daarvoor. De ijsjes van vroeger hadden iets dat weinig moderne varianten evenaren: een verpakking die je op tien meter afstand herkende, een smaak die altijd precies deed wat je verwachtte. Dit zijn de klassiekers die in bijna elke thuisvriezer lagen.
De raket: drie kleuren en altijd die roze punt
Het raketijsje was een kunstwerk van eenvoud. Rood, wit en blauw, op een houten stokje, in een vorm die weinig te maken had met een echte raket maar dat volkomen irrelevant was. Iedereen wist wat de strategie was: begin aan de zijkanten, bescherm de punt zo lang mogelijk. Want die roze punt smolt altijd als eerste, en wie hem liet druppelen op zijn shirt had de wedstrijd verloren.
Het mooiste aan de raket was dat hij eerlijk was. Geen wafel, geen saus, geen laagje extra. Gewoon ijs, water en een kleur die waarschijnlijk niets zei over de smaak maar wel alles over de belofte van de zomer.
Calippo: het ijsje dat geduld eiste
De Calippo was technisch gezien een uitdaging. Je had een koker vol waterijs die je van onderuit omhoog moest duwen met duim en wijsvinger, zonder dat het erboven afbrak of aan de zijkant uitscheurde. De eerste keer lukte het bijna nooit. Er zaten kinderen in de jaren tachtig en negentig die meer Calippo op hun handen hadden dan in hun mond.
Maar als je het trucje eenmaal kende, was je onaantastbaar. Sinaasappel of citroen, koele zuurheid op een warme augustusmiddag, en de voldoening van een lege koker die je verfrommelde zoals dat alleen kinderen betaamt.
Cornetto: het heilige ritueel van het puntje
Er zijn twee soorten mensen ter wereld: mensen die het chocoladepuntje van de Cornetto direct opeten, en mensen die het bewaren voor het einde. De eersten zijn onbetrouwbaar. De tweeden begrijpen hoe genot werkt.
De Cornetto was het serieuze ijsje. Het ijsje dat je kocht als je wilde zeggen: ik ben geen kind meer. De wafel, de chocoladelaag van binnen, de nootjes bovenop. Het was een constructie met meer engineering dan de meeste flatgebouwen. En dat stukje chocola onderin was de beloning voor wie doorzette.
Twister: de buitenbeentje die iedereen stiekem lekkerder vond
De Twister was het ijsje dat je nooit als eerste koos, maar dat achteraf altijd het beste smaakte. Die spiraalvorm van aardbei, vanille en een vleugje citroen was eigenlijk te complex voor een kindertong, maar toch. Ergens in de middag, als je alweer terug was van het zwembad en de zon nog niet weg wilde, smaakte de Twister naar precies het goede.
Hij had ook iets rebels. Geen strakke lijnen zoals de raket, geen nette wafelkegel zoals de Cornetto. De Twister deed gewoon zijn eigen ding. Daarvoor hield je van hem.
Split: de naam klonk als een kunststukje
Vanille-ijs met een chocoladelaagje eromheen, op een plat stokje. De Split was bescheiden van uiterlijk maar groot van karakter. Dat laagje chocola was precies dik genoeg om met een beetje geluk in één geheel af te kunnen bijten, wat resulteerde in een soort kokoshalve die je vervolgens apart opat.
Sommige kinderen deden dit ritueel serieuzer dan hun huiswerk. De Split was ook het ijsje van de oudere buren, de tantes, de mensen die niet meer holden als het ijscokar-belletje klonk maar rustig aan kwamen wandelen. Dat gaf hem iets volwassens. Iets waarderends.
Waterijsjes: de budgetoptie die alles won
In een doos van twaalf, soms zestien stuks. Zakjes met gekleurde vloeistof die je invoor en die dan aan een stokje konden of gewoon zo, tussen duim en wijsvinger, naar binnen gingen. Lime, kers, frambozen, dat soort kleuren.
Deze waren de democraten van de vriezer. Niet chic. Niet bijzonder. Maar bij elk kinderfeestje lagen ze in een emmer met ijs, en je pakte er gewoon drie achter elkaar en niemand zei er iets van. Ze smolten ook het snelst, wat leidde tot paarse handen en een roze tong die je met trots aan vrienden toonde.
De ijscokar: rennen als je het belletje hoorde
De vriezer thuis was één ding. Maar de ijscokar was een heel andere categorie. Die kar had een vaste route, vaste tijden die je puur uit ervaring kende, en een belletje dat in je buik iets deed wat geen schoolbel ooit kon.
Je gooide je fiets neer, je riep naar binnen om geld, je rende op blote voeten over de stoep die brandde van de zon, net zoals buitenspelen in de zomervakantie van vroeger altijd voelde. En dan stond je voor die witte kar met de klep erop, en moest je beslissen. Raket of Twister. Calippo of Split. Altijd die keuze, altijd met een munt die je bijna te warm aanvoelde.
In veel buurten hadden die karren vaste plekken: bij het speelveld, voor de school in de vakantie, op de hoek van de straat. Ze verschenen als de temperatuur boven de twintig graden kwam en ze hadden iets magisch. Bijna ceremonieel.
Wat is er nog en wat is er weg
De Cornetto bestaat nog steeds, gelukkig. Het raketijsje ook, al heet het in sommige landen anders en ziet de verpakking er net anders uit. De Twister is er ook nog. Maar de Split is in veel supermarkten een zeldzaamheid geworden, en de Calippo heeft de opmars van smoothie-ijsjes en luxe artisanale varianten moeten ondergaan.
En de ijscokar? Die zie je nog, maar minder. In de zomers van nu rijdt hij hier en daar door woonwijken, maar het is anders. Het ritueel bestaat nog, maar de urgentie van dat belletje voelt minder absoluut. Misschien omdat de vriezers van nu altijd vol liggen met opties. De schaarste was vroeger onderdeel van de magie.
Welk ijsje zou jij nu nog kopen
Als je ze morgen allemaal bij elkaar in een vriezer zou vinden, de originele varianten uit de jaren tachtig en negentig, welke zou je dan pakken? Niet voor de smaak alleen. Maar voor wat erbij komt. Voor de terugfits naar een achterafstraat, een zwembad, een caravan op een camping in Zeeland waar de zon om acht uur ’s avonds nog scheen.
Dat is wat ijsjes van vroeger doen. Ze smaken niet alleen naar ijs. Ze smaken naar de tijd zelf.
Veel van deze ijsjes zijn er nog steeds, al ziet de verpakking er soms iets anders uit en is de prijs flink gestegen. Een paar zijn verdwenen, vervangen door iets met een nieuw concept en een kortere houdbaarheidsdatum in het geheugen. Als je benieuwd bent welke klassieker bij jou in de buurt nog te vinden is, is de supermarkt deze zomer een goed beginpunt.