Ergens in een doos op zolder, of achter in de kast van je ouders, liggen ze nog steeds. Een He-Man zonder schild, een Ninja Turtle waarvan de kleur van de bandana eigenlijk al niet meer te zien is, en een Stormtrooper die al twintig jaar in dezelfde positie staat omdat zijn been er ooit is afgebroken en er met een lucifer opnieuw in is gezet. Als je als jongen bent opgegroeid in de jaren tachtig of negentig, herken je deze aanblik onmiddellijk. Geen speelgoedkast zag er netjes uit, maar elke kast vertelde precies hetzelfde verhaal.
He-Man: de blonde barbaar die je kast opeiste
Weinig stukken speelgoed vroeger jongens zo volledig in zijn greep kregen als He-Man. Castle Grayskull stond niet op een plank, het domineerde een hele hoek van de kamer. De figuren zelf waren opvallend dik voor hun formaat, bijna cartoonesk gespierd, met die bizarre roterende taille waarmee je ze kon laten slaan. He-Man, Skeletor, Man-at-Arms, Teela, en dan nog de figuren die niemand echt wilde maar die je toch kreeg omdat oom Bert geen idee had welke populair was.
Het bijzondere aan Masters of the Universe was de combinatie van fantasie en eigenaardige logica. Waarom had een middeleeuwse barbaar een gevechtskanon? Dat vroeg je niet. Je accepteerde het. En je spaarde je zakgeld voor Panthor, de paarse panter van Skeletor, omdat die in de winkel stond en jij hem had, was je onaantastbaar op het schoolplein.
Action Man: de man die alles kon, mits je de accessoires had
Action Man was technisch gezien geen actiefiguur, hij was een pop. Maar dat zei je niet hardop. Zijn rubberen haar, zijn geschilderde ogen en zijn buigzame ledematen maakten hem tot iets anders dan een Barbie, al was het formaat vergelijkbaar. Action Man was soldaat, skiër, piloot, duiker en bergbeklimmer, afhankelijk van welke kleding in de doos zat.
De truc was dat de figuur zelf betaalbaar was, maar de uitrusting je arm kon maken. Zonder het duikpak was hij geen duiker. Zonder de slee was hij geen poolreiziger. Ouders doorhadden dit businessmodel zelden meteen, maar na het derde verjaardagscadeau met alleen een outfit en geen figuur erbij begonnen ze argwaan te koesteren.
Teenage Mutant Ninja Turtles: en toch zat Donatello in elke verzameling
De vier schildpadden vertegenwoordigden vier persoonlijkheden, en vrijwel elke jongen had al op zijn zevende een voorkeur. Leonardo voor wie leiderschap serieus nam. Raphael voor wie zichzelf stoer vond. Michelangelo voor wie pizza en grapjes boven verantwoordelijkheid stelde. En dan Donatello. Donatello met zijn stok. Donatello die software schreef en dingen uitlegde. Donatello die er gewoon bij zat.
Toch zat hij in elke verzameling, want wie alle vier had, had een complete set. En completisme was heilig als je opgroeide met speelgoed vroeger jongens verzamelden als een levensroeping. De figuren waren bovendien degelijk. Ze gingen niet kapot. Ze verloren soms een wapen, maar de schildpadden zelf overleefden alles.
G.I. Joe en de stille importstrijd die ouders niet doorhadden
G.I. Joe was in Amerika groot, maar in Nederland liep het anders. De figuren kwamen via import, speciaalzaken of soms mee uit vakantie in een koffer. Wie G.I. Joe had, had iets bijzonders. De figuren waren kleiner dan He-Man, realistischer, en kwamen met indrukwekkend veel klein bewapend plastic dat direct verdween onder de bank.
Het merkwaardige was dat Europa zijn eigen varianten had. Palitoy in Groot-Brittannië, verschillende continentale series die net iets anders waren. Kinderen merkten deze geografische nuances niet, maar als volwassene zie je terug hoe speelgoedimport de speelkamer stiekem internationaler maakte dan ouders beseften.
Voertuigen en bases: het speelgoed achter het speelgoed
Een actiefiguur alleen was goed. Maar een actiefiguur met een voertuig was macht. De Turtle Party Wagon, de He-Man Battle Ram, de G.I. Joe VAMP. Voertuigen gaven schaal aan je spel. Ze maakten van een gevecht op de vloer een scene. En ze namen ook drie keer zoveel ruimte in als de figuren zelf, wat de echte oorzaak was van de chaos in elke jongensspeelgoedkast.
Bases en forten waren de ultieme uitbreiding. Castle Grayskull had een werkende ophaalbrug. De Turtles hadden hun riool. Wie zo’n basis had, was de speelkamergastheer bij uitstek. Vrienden kwamen langs niet voor jou maar voor het fort. Dat wist je, en het was prima.
Transformers: robot, auto en revolutie in drie vouwen
Transformers verdienen een aparte vermelding omdat ze een ander soort speelgoed waren. Niet alleen een figuur, maar ook een voertuig, ook een puzzel. Het omzetten van Optimus Prime van truck naar robot voelde als een prestatie. De instructies waren ingewikkeld, vingers knelden regelmatig en sommige Transformers kwamen nooit meer terug in hun originele vorm, maar dat maakte ze bijzonder.
Ze vroegen iets van je. Ze waren geen passief object maar een uitdaging. En als je op een willekeurige zondagochtend eindelijk de perfecte transformatie lukte zonder te kijken naar de tekening, was dat een gevoel dat een game vandaag de dag moeilijk kan evenaren.
Waarom een eigen naam alles veranderde
Een speelgoedautootje was een auto. Een actiefiguur was Skeletor. Dat verschil klinkt klein maar is allesbepalend. Een naam brengt een verhaal mee, een vijand, een wereld. Kinderen hoefden niets te verzinnen, de context was al aangeleverd via de tekenfilmserie, de stripjes bij de verpakking of de andere jongens op school die de lore al kenden.
Speelgoed vroeger jongens verzamelden draaide dan ook nooit puur om de plastic objecten. Het draaide om toegang tot een verhaal dat je zelf kon uitspelen, aanpassen en uitbreiden. Dat is waarom Donatello er toch bij zat. Niet om hem, maar om het verhaal compleet te maken.
De figuren die je nooit kreeg
Elke verzameling had een gat. De Buzz-Off van He-Man die uitverkocht was. De Shredder die alleen in een bundel zat die te duur was. De zeldzame kleurvariant van een Turtle die je eenmalig in een speelgoedzaak zag en waarvan je vader zei dat het te veel geld was. Die figuren leven voort in het geheugen als een soort mythologie van het gemis.
Achteraf bleken ze soms inderdaad zeldzaam te zijn. Op veilingplatforms duiken ze op voor bedragen die tieners van nu niet zouden geloven. Dat plastic hoekje dat ooit ontbrak, is nu een collector’s item met een prijskaartje dat je ouders van destijds nu pas geruststelt: het was inderdaad te duur.
Wat er met de kastinhoud is gebeurd
De meeste actiefiguren uit de jaren tachtig en negentig belandden op zolders, in dozen, bij de kringloopwinkel of in een vuilniszak tijdens een grote lenteschoonmaak waar je als tiener niet bij was. Sommige overleefden. Wie vandaag zijn moeder belt met de vraag of die doos met speelgoed er nog is, hoort ongeveer fifty-fifty een blijde of een betreurende reactie.
De gave exemplaren, nog in de verpakking, zijn nu serieus geld waard. Een originele He-Man in sealed box, een eerste-editie Optimus Prime, zeldzame G.I. Joe exclusives. Maar de meeste figuren die echt gespeeld werden, zijn vervaagd, verkleurd en kwijt. En dat is eigenlijk precies goed. Ze hebben hun werk gedaan.
Die figuren waren zelden compleet. Het zwaard raakte kwijt, het accessoire belandde achter de verwarming en de vijand werd uiteindelijk de beste vriend van de held omdat er niemand anders meer was. Dat maakte niet uit. De meeste verhalen werden toch bedacht onderweg. Kom je er nu een tegen op een rommelmarkt of in een kringloopwinkel, dan weet je binnen een seconde of hij van jou is geweest. Dat gevoel zegt genoeg.